Geschreven door:Liz

Datum : 16 januari 2020 Categorie : Blog

4 kenmerkende Engelse fouten waaraan je een Nederlander direct herkent

zakelijk engels

Nederlanders zijn zeker niet slecht in het spreken van Engels. Op de basisschool beginnen we al met Engelse les en Engelse muziek en films zijn een normaal onderdeel van ons dagelijks leven. Niet gek dus dat we in de top 3 staan van beste Engelssprekende landen met Engels als tweede taal.

 

En tóch sluipen er in zakelijk Engels ongebruikelijke woorden of zinnen in waaraan je direct een Nederlander kunt herkennen. In dit artikel zetten we er 4 op een rij.

1. Zinnen beginnen met een voegwoord

In het Nederlands kun je een zin prima beginnen met ‘En’ of ‘Maar’. Je zult dit misschien niet zo snel tegenkomen in academische teksten, maar er hangt ook geen harde regel aan vast. In het Engels daarentegen is het een ‘no-go’ om zinnen te beginnen met een voegwoord en wordt daar al vroeg op school op gehamerd. Een Engelse zin als ‘But you have to go there’ is grammaticaal niet fout, maar wordt zeker ook niet gewaardeerd.

2. Zullen we gaan? Shall we go?

Natuurlijk, als je in het Engels ‘shall we go’ zegt begrijpt je gesprekspartner wat je bedoelt. ‘Shall we go’ gebruiken om aan te geven dat je graag wilt gaan is een constructie die door veel Nederlanders wordt toegepast. Het is geen grammaticaal verkeerde zin, maar wel erg ongebruikelijk. Je hoort dit (met name) Amerikanen, maar ook Engelsen niet snel zeggen. Er zijn veel beleefdere uitnodigingen, zoals ‘Would you like to go?’, ‘Could we go?’ of ‘Do you want to go’. Geef daar eerder de voorkeur aan!

3. Please…?

In het Nederlands zeg je vaak ‘alsjeblieft’. Niet alleen als je iets vraagt, maar ook als je iets aan iemand geeft: ‘Alsjeblieft, hier heb je het document.’ In het Engels wordt ‘please’ alleen gebruikt als je een vraag stelt of antwoord geeft. Wil je iemand iets op een beleefde manier geven? Kies dan voor de constructies: ‘There you go’ of ‘Enjoy your…’.

4. However versus but

Het verschil tussen ‘however’ en ‘but’ blijft lastig, zelfs voor native speakers. De twee woorden zijn toch echt verschillend en worden ook op een andere manier gebruikt in een zin.

  • ‘But’ gebruik je om twee zinnen (met een onderwerp en persoonsvorm) aan elkaar te koppelen.
    • ‘I thought I couldn’t finish the presentation, but I still succeeded.’
  • ‘However’ gebruik je – vaak aan het begin van een zin – om een tegenstelling te introduceren.
    • We invited 50 customers to the presentation. However, only about 30 came.

Wil jij jouw zakelijk Engels verbeteren?

Bekijk onze taalcursussen!

Lees ook: