Geschreven door:Liz

Datum : 08 augustus 2018 Categorie : Blog

5 veelgemaakte fouten in de Engelse woordenschat

veelgemaakte fouten Engelse woordenschatNederland staat hoog op de lijst van beste Engelssprekende landen. Zo’n 90% van alle Nederlanders spreekt Engels, vaak op een hoog niveau! Toch kent het Engels een aantal woorden die snel door elkaar gehaald worden, waar zelfs goede beheersers van de taal moeite mee hebben.

Veelgemaakte fouten Engelse woordenschat

1. May / might

De woorden may en might worden vaak door elkaar gehaald en voor dezelfde betekenissen gebruikt. Toch is er een klein verschil tussen beide woorden:

May wordt gebruikt om uit te drukken wat mogelijk of feitelijk is. Het gaat om situaties die kunnen (en hoogstwaarschijnlijk gaan) gebeuren.

  • “We may go to the zoo.”

Might hangt juist samen met onzekerheid en wordt gebruikt om iets wat hypothetisch is uit te drukken. Het gaat hierbij om situaties die speculatief zijn en niet echt gebeuren.

  • “If I win the lottery, I might buy a new house.”

2. Because / since

Beide woorden, because en since, duiden een deelzin aan en verbinden het resultaat in een zin met de bijbehorende reden.

Because hangt samen met een oorzakelijk verband en wordt vaak aan het eind van een zin gebruikt. Because gebruik je als er meer nadruk op de reden gelegd moet worden.

  • “We can’t come Sunday, because Peter has got to work.”

Since verwijst naar tijd en wordt in tegenstelling tot because aan het begin van een zin gebruikt. Als je since gebruikt in een zin, geef je aan wanneer iets begonnen is. Since legt meer nadruk op het resultaat en minder op de reden.

  • Since we work from home, there’s no need to dress up for work anymore.”

3. That / which

Which en that worden in het Engels elke dag gebruikt. Maar gebeurt dit ook op de juiste manier?

That is een restrictief voornaamwoord en geeft informatie die essentieel is voor de betekenis van een zin. That impliceert hiermee dat er meerdere opties zijn. Zo impliceert de zin hieronder dat de persoon meer dan één fiets heeft.

  • “My bike that has a flat tire is in the garden.”

Which is een betrekkelijk voornaamwoord en geeft informatie die niet essentieel is voor de betekenis van een zin. Als je de bijzin met which verwijdert dan missen er details, maar verandert de betekenis van de zin niet. Zo impliceert de zin hieronder dat de persoon maar één fiets heeft, toevallig met een lekke band.

  • “My bike, which has a flat tire, is in the garden.”

4. Than / then

Bij mondelinge communicatie is het verschil tussen than en then niet van belang. Wél als je deze woorden moet schrijven. Beide woorden worden namelijk in verschillende situaties gebruikt.

Than gebruik je als je iets aan het vergelijken bent. In het Nederlands vertaal je than als ‘dan’.

  • “She is taller than her sister”
  • “He is better than his friend.”

Then gebruik je in alle andere gevallen. Je kunt then, afhankelijk van de zin, vertalen in ‘daarna’, ‘toen’ of ‘dan’.

  • “I was living in New York back then.” (toen)
  • “Go to the end of the street, then turn left.” (daarna)
  • “I’ll see you then.” (dan)

5. Fewer / less

Fewer en less worden geregeld door elkaar gebruikt. Toch moeten beide woorden in verschillende situaties gebruikt worden, die niet moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Als je dus eenmaal het verschil weet, is het geen grote uitdaging om de woorden op de juiste manier te gebruiken.

Fewer gebruik je als je verwijst naar de meervoudsvorm van mensen, dieren en dingen. Je moet het dus kunnen tellen.

  • People are buying fewer cars.
  • Fewer students go to college.

Less gebruik je als je verwijst naar aspecten die geen meervoudsvorm hebben of niet geteld kunnen worden, zoals geld, muziek of concentratie. Dit zijn dus hypothetische hoeveelheden.

  • At home I listen to less music.
  • They pay you less money.

Wil jij nog meer leren over de Engelse woorden en het niveau van je Engels aanzienlijk verbeteren? Bekijk dan onze cursussen Engels.

Bron 1Bron 2Bron 3Bron 4Bron 5

Lees ook: