Datum : 05 januari 2021 Categorie : Blog, Duits leren

Duitse werkwoorden vervoegen doe je zo

Het Duits kent zwakke, sterke en onregelmatige werkwoorden. Als je dit niet weet, kan het vervoegen van werkwoorden in het Duits lastig zijn. In dit blog vertellen wij je meer over deze verschillende typen werkwoorden en hoe je deze moet vervoegen.


Slide 1
Cursus
Duits niveau 1
Slide 1
Cursus
Duits niveau 2
Slide 1
Cursus
Privétraining
previous arrow
next arrow

Zwakke werkwoorden

Het kenmerk van een zwak werkwoord is dat het in de tegenwoordige en verleden tijd regelmatige vervoegingen kent. Dit betekent dat er vaste uitgangen achter de stam (= werkwoord zonder “-en”) van een werkwoord komen. Het voltooid deelwoord wordt volgens deze formule gevormd: ge + stam + t.

Tegenwoordige tijd:

machen wohnen reden
ich mache wohne rede
du machst wohnst redest
er, sie, es macht wohnt redet
wir machen wohnen reden
ihr macht wohnt redet
sie/Sie machen wohnen reden

Verleden tijd:

machen wohnen reden
ich machte wohnte redete
du machtest wohntest redetest
er, sie, es machte wohnte redete
wir machten wohnten redeten
ihr machtet wohntet redetet
sie/Sie machten wohnten redeten

Voltooid deelwoord:

machen gemacht
wohnen gewohnt
reden geredet

Sterke werkwoorden

In de tegenwoordige tijd wordt bij sterke werkwoorden een a in de stam een “ä” en een e wordt “i” of “ie”. De verleden tijd van sterke werkwoorden is onregelmatig en er zit niets anders op dan de verschillende vormen apart te leren. Het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden eindigt op -en. Handig om te weten is dat veel Duitse sterke werkwoorden ook sterk zijn in het Nederlands.

Tegenwoordige tijd:

fahren geben lesen
ich fahre gebe lese
du fährst gibst liest
er, sie, es fährt gibt liest
wir fahren geben lesen
ihr fahrt gebt lest
sie/Sie fahren geben lesen

Verleden tijd:

fahren geben lesen
ich fuhr gab las
du fuhrst gabst last
er, sie, es fuhr gab las
wir fuhren gaben lasen
ihr fuhrt gabt last
sie/Sie fuhren gaben lasen

Voltooid deelwoord:

fahren gefahren
lesen gelesen

Onregelmatige werkwoorden

En nu de onregelmatige werkwoorden. Deze worden niet volgens de standaardregels vervoegd en moeten dus apart geleerd worden. Hieronder zie je een aantal vaak voorkomende onregelmatige werkwoorden. Het voltooid deelwoord begint op ge- en eindigt meestal op -t. Gewesen is hierop een uitzondering.

Tegenwoordige tijd:

wissen können müssen sein
ich weiß kann muss bin
du weißt kannst musst bist
er, sie, es weiß kann muss ist
wir wissen können müssen sind
ihr wisst könnt müsst seid
sie/Sie wissen können müssen sind

Verleden tijd:

wissen können müssen sein
ich wusst konnte musste war
du wusstest konntest musstest warst
er, sie, es wusste konnte musste war
wir wussten konnten mussten waren
ihr wusstet konntet musstet wart
sie/Sie wussten konnten mussten waren

Voltooid deelwoord:

wissen gewusst
konnen gekonnt
mussen gemusst
sein gewesen

Snel Duitse werkwoorden leren vervoegen?

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de verschillende typen werkwoorden. Als je eenmaal snapt hoe het in elkaar zit, wordt ook werkwoorden vervoegen een kinderspel! Heb je hulp nodig bij het leren vervoegen van Duitse werkwoorden? Tijdens een taalcursus Duits oefen je samen met andere cursisten en krijg je les van ervaren docenten! Bekijk ons cursusaanbod om meer over de verschillende cursussen te weten te komen.

Cursussen Duits

Lees ook: