nlen Login My Babel
Zwerftocht door Rick Berends

Blog

Zwerftocht door Rick Berends

Rick Berends heeft in de cursus creatief schrijven aan de onderstaande tekst gewerkt.

‘Weet u dokter, ik heb niet zoveel met mensen. Ik snap ze niet zo goed. Ik denk dat ik ze niet snap. En ze snappen mij niet. Al denken ze misschien van wel.’ Harrie Seutelbach zat voorover geleund in zijn stoel. Met grote ogen keek hij psychiater dr. Boom aan. Alsof hij zo dieper tot hem kon doordringen, alsof hij hem met zijn blik kon overtuigen van zijn gelijk. Voor de rest zat Harrie erbij zoals hij er altijd bij zat. Zijn muts achterop zijn hoofd, vaal leren jack aan met daaronder een te grote, bevlekte vliestrui, legerbroek en afgetrapte kisten met veters die het al lang geleden hadden opgegeven. Kleine spuugjes begeleidden Harrries woorden, maar dr. Boom zat op professionele afstand en bleef buiten bereik. Dr. Booms kamer bevond zich op de bovenste verdieping van een vijf verdiepingen tellend, karakterloos gebouw. Zo’n gebouw, ontworpen in de tijd dat functionaliteit de architectuur dicteerde. Aan het einde van een lange, eentonige gang van grijze muren en afgevlakte, mintgroene deuren bevond zich de behandelruimte van dr. Boom. Daar zat hij met Harrie, die net binnen was gebracht.

‘Mensen denken dat ik gek ben, dat ik gek ben hè, dat ik niet goed bij mijn hoofd ben, een gestoorde, een gek. Maar ik weet wel beter. Ik heb ze wel door. Mij maken ze niks wijs.’ Dr. Boom interrumpeerde hem. ‘Rustig Harrie, mag ik ‘Harrie’ zeggen? Begin even bij het begin. Ik snap het zo niet zo goed, ik probeer je te begrijpen. Wil je een kopje thee? Ik heb hele lekkere, van thuis meegenomen. Met kaneel en sinaasappelsmaak, moet je echt proberen.’

Voordat Harrie kan antwoorden is dr. Boom de kamer al uit. Als hij terugkomt met twee mokken naar winter ruikende thee, kijkt Harrie zonder bewogen te hebben onbegrijpend zijn behandelaar aan, als een kind die voor het eerst een goocheltruc ziet. Onverstoord en op zijn gemak reikt dr. Boom Harrie zijn mok aan, en gaat weer zitten. Met zijn ogen dicht ruikt hij aan zijn thee. ‘Mmm, heerlijk. Goed, sorry, ga verder met je verhaal. Vertel eens hoe je denkt dat je hier gekomen bent. Wel blazen, het is nog heet.’ Aarzelend kijkt Harrie naar de mok in zijn hand.

‘Ik leef al dertien jaar op straat dokter. Ik kon geen onderdak meer betalen omdat ik geen vast inkomen had. Sommigen hebben geluk, anderen minder. Mijn lief had mij verlaten maar ik haar niet. Daarom kon geen dingen meer doen dokter. Het maakte me ziek. En ziek kun je niet werken. Op straat werd ik weer beter. Ik kon niet teveel met haar bezig zijn omdat andere dingen belangrijker waren. Waar slaap ik vanavond? Hoe kom ik aan wat te eten? Hoe zorg ik dat de politie mij niet lastig valt? En eigenlijk ook, hoe zorg ik dat ik andere mensen niet lastig val? Zij was mijn drug maar die zorgen waren mijn methadon. Het straatleven genas me van haar, maakte me onverschillig. Eerst alleen van haar, daarna ook van de zorgen over mijn slaapplek, eten en de autoriteiten. En langzamerhand van geluk in zijn algemeen. Ik vond het wel best zo. Weet u dokter, ik had een paar plekjes waar ik meestal ongestoord kon slapen. Het opvangcentrum vind ik maar niks, met al die onverzorgde, naar de rand van de samenleving ruikende, luide figuren. Die maakten zo vaak ruzie. Zo ben ik niet dokter. Ik ben liever op mezelf. Vroeger niet maar nu wel.’

‘Maar dat heeft je denk ik niet hier doen belanden, toch Harrrie? Waarom denk je dat je hier zit?’

‘Ik weet het niet dokter.’ Voorzichtig sipt hij wat van zijn thee. ‘Lekker inderdaad.’

‘Weet u dokter, mensen lijken zo op elkaar. Ze doen de hele dag allemaal dingen. Ze zijn druk met weekenden, verjaardagen en feestdagen. Ze zijn altijd bezig. Ik zie ze vaak lopen. In de stad winkelen ze, gaan naar cafés en restaurants, naar films en disco’s. In parken lopen ze hard, spelen ze met hun kinderen, gaan ze picknicken of wandelen. Ik zie ze ook vaak vetrekken en terugkomen van hun werk, met z’n allen tegelijk. Op fietsen, in auto’s, met bussen en uit treinen. Alsof er geen eind aankomt dokter. Alsof het iets uitmaakt.’

‘Vertel verder. We hebben de tijd.’

‘Nou dokter, ik kan dat niet. Doen alsof dingen iets uitmaken. Dat heb ik wel geleerd. Daarom doe ik ook geen dingen meer. Ik hou me wel in leven, maar ik hoef niks meer. Ik hoef geen kinderen, ik hoef niet te sporten of vrienden te maken, ik hoef niet leuk te doen en ik hoef me gelukkig ook niet te melden bij een baas. Ik hoef niks dokter.’

‘Maar wat…’

‘Soms kijken mensen met medelijden naar me dokter. Maar eigenlijk, weet u, heb ik eerder een beetje medelijden met hen.’

Een stilte volgde. Dr. Boom nam nog een slok van zijn thee en keek bedachtzaam naar Harrie, die staarde naar een knoop van zijn jas die hij tussen zijn vingers heen en weer wiebelde. Dr. Boom besloot hem even de tijd te geven. Het leek alsof Harrie in gedachten verder treurde over de mensen die hij voorbij heeft zien komen. Of hij treurde om zijn relatie met die mensen. Of hij treurde om zichzelf.

‘Hoe…’ vervolgde dr. Boom rustig, ‘…denk je dat de mensen naar jou kijken?’

‘Nou met medelijden dus. Alsof zij het beter hebben, beter weten, maar ik ben niet gek dokter! Vaak zien ze me ook helemaal niet. We leven langs elkaar heen. Maar het laat me koud. Zoals ik al zei dokter, het straatleven heeft me onverschillig gemaakt over dingen, zelfs over welke dag het is. Ik kan daar goed mee leven. Weet u dokter, doelloosheid is best rustgevend. Ik maak me geen illusies. Dat dacht ik tenminste.’

‘Want?’

‘Toen vond ik het briefje.’

‘Het briefje?’

‘Ja het briefje dokter.’

‘Wat voor een briefje?’

‘Het briefje van het meisje. Ik vond het toen ik wakker werd. Ik zag haar aan de overkant van de straat staan. Een felrode, lange jas. Dikke, donkere sjaal. Ook een muts op, net als ik dokter, net als ik! Ze keek me aan toen ik mijn ogen open deed. Ik richtte me op en ze bleef staan. Ze gaf me een knipoog, draaide om en liep weg. Met ferme passen, de hoek van de straat om. Nog nooit knipoogde er iemand naar me. Verbijsterd was ik. Ik dacht dat ik droomde maar toen zag ik het briefje. Het lag voor me. Ik slaap vaak in een portiek weet u, van een schoenenwinkel. Goed beschut. Zolang ik weg ben voordat de eigenares de winkel komt openen, is het wat haar betreft ok. Ik was laat, stond snel op, rolde mijn slaapzak op, stopte hem in mijn tas en griste mijn karton mee. Het briefje deed ik in mijn binnenzak.’

Dr. Boom keek met een schuin hoofd en kritische blik naar Harrie. Zijn handen in elkaar gevouwen onder zijn kin. Er was iets anders aan Harrie. Hij was anders dan de meeste patiënten die hij zag. ‘En daar begon het mee?’

‘Ja, daar begon het mee dokter. Dat denk ik. Door de haast om weg te komen en de vreemde ontmoeting die ochtend dacht ik eerst helemaal niet meer aan het briefje dokter. En normaal gesproken zou ik me ook niet druk maken om iets vreemds. Ik maak me niet meer gauw ergens druk over dokter. Maar toch kon ik die mevrouw die ik zag niet loslaten. Steeds weer dook ze op in mijn gedachten. Zag ik haar weer staan. Ha, ik ben die dag zelfs vergeten te eten dokter!’

Harrie was door de politie opgepakt en naar de psychiatrische crisisdienst gebracht omdat hij mensen lastigviel. Hij had medeburgers paniekerig beetgegrepen en had onverstaanbaar in hun gezicht gebrabbeld, wijzend naar het briefje in zijn hand. Eigenlijk deed hij zoals wervers voor goede doelen dat ook doen, alleen was Harrie minder goed gekleed. Toen de politie hem aansprak, vastpakte en meesleepte, nam de heftigheid van zijn paniek toe. Bij de crisisdienst werd hij in de separeer gezet. Hij kermde alsof alle ellende van de wereld in één klap zijn bewustzijn had overgenomen. Slaand tegen de muren, knielend met zijn handen naar het lage plafond geheven, en liggend, in foetushouding met zijn handen voor zijn ogen, jammerde, huilde en schreeuwde hij. Na twee uur theatrale misère had de dienstdoende arts genoeg gehad van de voorstelling. Hij had de hoop op een natuurlijk bedaren opgegeven en bestormde met drie potige verpleegkundigen het kleine celletje om een kunstmatige kalmte in meneer Seutelbachs achterste in te spuiten. Een aantal uur later was hij suf en beduusd naar een reguliere cel gebracht, waar weer een paar uur later twee verplegers hadden gekeken hoe het ging. Zij begeleidden Harrie naar dr. Boom. Nu hij daar zat was de ouwe Harrie teruggekomen.

‘Maar daarom zit je hier niet Harrie, daarom ben je niet hier gebracht. Je bent in een waan terechtgekomen zonder dat er drugs in het spel was. Bovendien is dit je eerste aanraking met de psychiatrie Harrie en als ik je zo hoor, klink je helemaal niet als zo’n gekke vent Harrie. Dus ik zit een beetje met een probleem. Kun je mij helpen proberen te begrijpen wat er is gebeurd? En wil je een stukje chocola bij de thee?’

‘Nee dokter dankuwel. Kijk weet u dokter, ziet u, die nacht kon ik niet zo goed slapen. Elke keer als ik mijn ogen dichtdeed, zag ik die mevrouw. Die mevrouw met die rode jas en een muts op, net als ik altijd een muts op heb. Ik zie voor me hoe ze me aankeek, naar me knipoogde en bedacht er ook een glimlach bij. Ik werd misschien wel een beetje verliefd.’
‘Verliefd?’

‘Ja, verliefd misschien. Ik weet niet precies wat dat is, maar misschien was het iets als dat. Ik heb de hele nacht liggen draaien en voelde me ’s ochtend bont en blauw. Zo dik is mijn kartonnetje niet weet u. Stiekem hoopte ik ook dat ze er de volgende ochtend weer zou zijn. Vanaf heel vroeg spiekte ik regelmatig tussen mijn oogleden door om te kijken of ik haar kon betrappen. Maar het bleef leeg op straat. Ik werd er onrustig van. Die ochtend nam ik een bewust besluit. Dat had ik eigenlijk al jaren niet meer gedaan. Ik ging haar zoeken.’ Hij liet een stilte vallen en nam nog een slok van zijn thee. Zijn ogen stonden wijd open, maar hij keek naar binnen, hij zag de vrouw weer voor hem en besefte op dat moment waar hij zelf op gekomen was: hij had bewust gekozen. Gekozen om ergens achteraan te gaan.

‘Maar’, wekte dr. Boom Harrie uit zijn gedachten, ‘hoe ging je haar dan zoeken? Je had geen naam, adres, helemaal niks.’

‘Door kilometers te maken dokter. En uren. Als ik maar lang genoeg zou zoeken, zou dwalen, dan zou ik haar vanzelf wel weer een keer tegenkomen. Ik zie altijd heel veel mensen dokter. Inmiddels herken ik ze ook dokter. Ik zie wat ze dragen, eten en drinken. Ik hoor hun gesprekken. Van sommigen weet ik precies wie hun kinderen en vrienden zijn. Ik zie ouders op zaterdagmiddag met hun zonen en dochters winkelen, en zie die dan ’s avonds dronken cafés in en uit wandelen. Ik zie ook wie eenzaam is en wie niet, wie gelukkige relaties hebben en wie niet. Ik heb zelfs eens een meneer betrapt op vreemdgaan dokter! In een steegje zag ik hem knuffelen met een andere dame dan hij normaal gesproken aan zijn hand heeft. Het gekke was dat hij zijn sporttas bijhad, zijn alibi. Mij houden ze niet voor de gek dokter. Weet u dokter, ik bedacht me eens, mijn leven ligt op straat, maar toch weet ik meer van de mensen dan zij van mij. Wat weten zij nou van mij behalve dat ik op straat leef?’

‘Wat vind je daarvan Harrie? Ben je boos op die mensen? Hoe voel je je daarbij?’

‘Oh dokter, dat maakt me niets uit. De mens is als een dier. De mens is een dier. Hij doet wat zijn gevoel hem ingeeft. Dat maakt hem ook eerlijk, al praten mensen vaak anders over zichzelf.’

Dr. Boom knikte instemmend terwijl hij een aantekening maakt op zijn kladblok. Daarna keek hij fronsend op, naar Harrie. ‘Ik wil toch weer even terug naar die mevrouw Harrie. Vertel eens over je zoektocht, je had helemaal geen gegevens en toch ging je haar zoeken.’

‘Ja dokter, ik moest wel. Ik was zo onrustig geworden en ze maakte zo’n indruk op me. Ik wilde haar vragen waarom. Waarom knipoogde ze naar mij? Waarom dat briefje? Het briefje was neutraal, er stond ook niks op waaraan ik kon herkennen waar het vandaan kwam. Ik dacht dat ik haar wel weer zou tegenkomen ergens, net als al die andere mensen die ik zo vaak op dezelfde plekken tegenkwam. Ik moest gewoon veel dwalen, dan zou ik haar wel weer vinden. Uren en dagen achtereen banjerde ik door de straten. Ik keek in restaurants, cafés en koffiehuisjes. Nergens zag ik haar. Het maakte mijn drang om haar te vinden alleen maar groter. Met het verstrijken van de tijd werd ze mysterieuzer en geheimzinniger, en mijn verlangen naar haar groter en groter. Niet dat ik haar zou inpalmen ofzo hoor dokter, ik was niet op zoek naar liefde. Ik wilde… ik wilde… ik… weet het eigenlijk niet zo goed. Iets in me dwong me achter haar aan te gaan, maar ik heb eigenlijk niet zo goed nagedacht wat dan. Vragen waarom ze knipoogde, maar dan, dat weet ik niet zo goed.’

‘Was het frustrerend dat je haar niet vond?’

‘Nee. Het gaf me meer energie om door te blijven zoeken. Ik bedacht me dat ze misschien niet van hier was. Dat ze een vreemde was. Dat ze in een hotel sliep. Toen ben ik alle hotels afgegaan. Eerst de chique, zo eentje leek ze me wel dokter. Normaal gesproken ga ik op die plekken nooit binnen. Nu wel. Aan de receptionistes vroeg ik naar haar. Maar volgens die meneren en mevrouwen was er niemand in het hotel die daarop leek. Of ze wilden me niet antwoorden en vertelden me dat ze niet op mensen als ik zaten te wachten. Of ze vroegen me te vertrekken nog voordat ik iets kon vragen.’

‘Vond je dat vervelend Harrie?’

Harrie keek denkend schuin omhoog. Alsof hij zijn eigen wenkbrauw probeerde te zien.

‘Nee helemaal niet dokter, ze vroegen het best netjes. Maar ik schoot er niet zoveel mee op. de gedachte dat ik haar nooit zou vinden kwam in me op. Ik voelde de hoop en energie afnemen, maar het verlangen haar te vinden toenemen.’

‘Maar meer kon je niet doen.’

‘Ik besloot rond te gaan vragen dokter. Op straat. Maar ik kreeg geen antwoorden. De meesten gunden me geen blik waardig en wendden zich van me af. Ook als ik ze nog een keer vroeg en nog een keer. Een kind wilde wel luisteren, ‘Wat voor een mevrouw?’ vroeg ze. ‘Een mooie mevrouw. Met een rode jas, donkere sjaal en een muts op, heb jij wel eens zo’n mevrouw gezien?’ Maar voordat het meisje kon antwoorden greep haar moeder haar bij haar jas en sleurde haar mee. Ik weet niet waar die angst vandaan komt dokter.’

Harrie keek dr. Boom aan alsof hij van hem het antwoord zou krijgen. Maar de psychiater haakte er niet op in.

‘Een vrouw was er dokter. Die naar me luisterde. Een oude vrouw, maar goed ter been. Ik vroeg haar of ze een vrouw kende of wel eens had gezien, met een lange, rode jas, donkere sjaal en muts. Ze vroeg me waarom en ik vertelde haar dat ik zoekende was. Ze had me aangekeken en meegenomen dokter, tegen me gezegd dat ik maar met haar moest meekomen. Ik had het niet verwacht maar blijkbaar wist ze meer. Ik had geen idee waar ze heen ging. We gingen links, links, rechtdoor, rechts weer rechtdoor. Ik volgde haar, ongeduldig, verbaasd en hoopvol. We spraken niet. Toen stopte ze. Voor een kerk. Ze draaide zich naar me een zei: ‘Alles wat je zoekt, kun je hier vinden.’ Ik weet nog steeds niet zo goed wat ze daarmee bedoelde dokter. Maar toen ik naar binnen ging zag ik nergens die mevrouw, die mevrouw die naar me knipoogde. Die dat briefje bij me had achtergelaten. Toen werd ik bang.’

‘Wat deed je met die angst Harrie?’

‘Ik rende naar buiten dokter. Daarna weet ik het niet zo goed meer. Ik weet daarna alleen nog dat ik wakker werd in een kamer, op een bed, een vreemde kamer. Toen kwamen twee meneren binnen die vertelden waar ik was en die brachten me hierheen. Maar ik ben niet gek dokter!’

‘Dat beweert ook helemaal niemand Harrie. De mensen die bij mij langskomen zijn alleen een beetje ziek, net zoals je ook koorts kunt hebben, maar dan net een beetje anders. Dan zien ze wel eens dingen die er niet zijn en worden soms gevaarlijk voor de mensen om hun heen, ook al kunnen ze daar niks aan doen.’

‘Maar ik ben niet gevaarlijk dokter.’

‘Dat denk ik ook niet.’

‘Mag ik dan weer gaan?’

‘Nog een momentje Harrie. Je vertelde me dat je het prettig vond geen doel te hebben, van dag tot dag te leven zonder zorgen. Dat je in tegenstelling tot al die mensen die je ziet niet hoeft te doen alsof iets verschil uitmaakt.’

‘Ja dokter, of je iets of niets doet maakt uiteindelijk niet uit dokter.’

‘Waarom dan toch zo heftig op zoek gaan naar die mevrouw?’

Harrie had zijn ogen gesloten en murmelde wat.

‘Harrie?’

Hij richtte zich weer op, keek dr. Boom recht in de ogen: ‘Misschien ben ik niet zo anders dan anderen.’

‘En die vrouw Harrie. Je hebt haar dagen overal gezocht. Nergens zag je haar. Niemand heeft haar gezien. En het is nogal een ongewone daad die je beschreef. Waarom zou iemand dat doen? En dan weer verdwijnen. Harrie, denk je dat die mevrouw bestaat?’

Toen brak hij. Ingetogen maar diep van binnenuit. ‘Ik weet het niet’, stamelde hij krakend uit. Een traan trok een lijn over zijn wang. ‘Misschien is het beter als ik mijn zoektocht maar opgeef dokter.’

‘Misschien is het beter als je je zoektocht maar opgeeft. Zullen we dat afspreken Harrie? Je kunt altijd nog aan haar denken. Geniet van het moment dat je ervoer, of het echt was of niet. En weet je wat we ook afspreken, als je nog eens over haar wil praten Harrie, dan kom je naar mij toe, moet je beneden gewoon naar me vragen. Ik beloof dat ze je niet weg zullen sturen, ook niet op een nette manier.’

‘Dat is goed dokter, dat vind ik fijn. Ok dokter, dankuwel. Dankuwel voor de thee ook. Mag ik nu gaan?’

‘Das goed Harrie. Je tas met spullen kun je ophalen aan het begin van de gang. Daar zit een meneer die je naar je spullen moet vragen.’

Harrie knikt, staat op en buigt met zijn muts in zijn hand naar dr. Boom. Dan draait hij zich om en begeeft zich naar de gang. Dan hoort hij plots zijn naam geroepen uit de richting van dr. Booms kamer. Hij staat in de deurpost, blij dat Harrie hem nog hoorde en niet al weg was.

‘Wat stond er eigenlijk op het briefje?’

Hij grijpt in de grote zak van zijn legerbroek en grabbelt naar het briefje. Hij strijkt het verfrommelde briefje uit en leest hardop:

‘Niet vergeten: Brood, bonen, schnitzels, kattenvoer en een rol vuilniszakken.’


Facebook

Cursussen & Trainingen

Babel verzorgt taalcursussen voor 13 talen en communicatietrainingen. Bekijk de:

Locatie

De trainingen van Babel vinden plaats op de Nieuwegracht en het University College Utrecht. Er is gratis parkeergelegenheid op deze locaties.

Nieuwsbrief

Mis niets meer en schrijf je in op onze nieuwsbrief!