nlen Login My Babel
Blog

Blog

Pannekoek of Pannenkoek?

Pannekoek of Pannenkoek?

Pannekoek of pannenkoek, hoe zat het ook al weer met de tussen-n in het Nederlands? In het Nederlands maken we regelmatig gebruik van een samenstelling. Dat is een woord dat uit twee of meer woorden bestaat die ook afzonderlijk een woord kunnen vormen. Dus in het voorbeeld van pannenkoek zijn dat de woorden pannen en koek. Bij krantenkop zijn het de woorden kranten en kop. Maar hoe weet je nou of een samenstelling geschreven is met een ‘e’ in het midden of met ‘en’. Waarom is het pannenkoek, maar elleboog?

De regels die deze vraag beantwoorden, zijn :

  • Schrijf in principe altijd ‘en’, als het eerste deel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat in het meervoud eindigt op ‘en’.
    We hebben in het Nederlands één pan en twee pannen. Daarom is het pannenkoek.

Je schrijft ‘e’ in plaats van ‘en’ indien:

  • het eerste deel een zelfstandig naamwoord in het meervoud eindigt op ‘s’.
    Denk hierbij bijvoorbeeld aan horloge. We hebben in het Nederlands één horloge en twee horloges. Daarom is het een horlogebandje.
  • het eerste deel van het woord een zelfstandig naamwoord is dat in het meervoud op een ‘s’ en op ‘en’ kan eindigen.
    Denk hierbij aan woorden als gemeente. We spreken in het meervoud van zowel gemeenten als gemeentes. Dus is het een gemeentebestuur.
  • het eerste deel is een zelfstandig naamwoord dat geen meervoud heeft.
    Denk hierbij aan komijnekaas of snottebel.
  • het eerste deel een bijvoeglijk naamwoord is.
    Denk bijvoorbeeld aan rode. Rode is een bijvoeglijk naamwoord en daarom spreken we van een rodekool en niet van rodenkool.
  • het eerste deel een werkwoord is.
    Een voorbeeld hiervan is lachen. Lachen is een werkwoord en daarom is het een lachebekje en geen lachenbekje.
  • het eerste deel naar een persoon of zaak verwijst die enig is in zijn soort. Er is er maar één van.
    Voorbeelden hiervan zijn Koninginnedag, maneschijn en zonnestraal. Natuurlijk zijn er in de wereld meerdere koninginnen en in het universum meerdere manen en meerdere zonnen. Maar in Nederland hebben we maar één koningin en we hebben maar één zon en één man voor deze planeet.
  • het eerste deel heeft een versterkende betekenis en de gehele samenstelling is een bijvoeglijk naamwoord.
    Voorbeelden hiervan zijn beresterk en pikkedonker. ‘Bere’ en ‘pikke’ zijn hierbij de versterkende componenten in de bijvoeglijk naamwoorden.
  • het eerste deel is een lichaamsdeel, terwijl het geheel een versteende samenstelling is.
    Denk hierbij aan ruggespraak. Maar bijvoorbeeld niet voetenbank. Voetenbank is geen versteende samenstelling. Het woord is namelijk echt afgeleid van de woorden ‘voeten’ en ‘bank’. Ruggespraak komt niet van ‘rug’ en ‘spraak’, maar van het Duitse Rücksprache, wat letterlijk ‘het naar achteren spreken’ betekent.
  • een van de delen is niet (meer) te herkennen in de oorspronkelijke betekenis: versteende samenstellingen. Voorbeelden zijn apezuur en ukkepuk. In apezuur heeft het woord ape- namelijk niks te maken met apen.

Wil je meer leren over de Nederlandse spelling en grammatica volg dan onze cursus: Spelling en Grammatica.


Facebook

Cursussen & Trainingen

Babel verzorgt taalcursussen voor 13 talen en communicatietrainingen. Bekijk de:

Locatie

De trainingen van Babel vinden plaats op de Nieuwegracht en het University College Utrecht. Er is gratis parkeergelegenheid op deze locaties.

Nieuwsbrief

Mis niets meer en schrijf je in op onze nieuwsbrief!