nlen Login My Babel
De dag der dagen door Evert van Ginkel

Blog

De dag der dagen door Evert van Ginkel

In de cursus creatief schrijven werken mensen aan verschillende teksten. Hieronder kun je de tekst van Evert van Ginkel lezen. Hij heeft aan deze tekst gewerkt tijdens de cursus.

22 februari 1985 01.55 uur

Het is donker en mistig. De Toyota Corolla baant zich een weg door een eindeloze zee van fijne druppels. De ramen zijn beslagen, binnen en buiten, het maakt geen verschil. De ventilator op de hoogste stand krijgt de wazige ruiten niet helder. Vijf volwassenen zitten in de kleine auto gestouwd. De vering steunt en kreunt. Amechtig komt het wagentje na een bocht steeds weer op toeren. Boink, boink weer een verkeersdrempel of spoorwegovergang, het is niet te zien. Gele flarden natrium licht gezeefd door de film van mist verlichten de mensen in de auto en geven ze een onnatuurlijke kleur. Schurend komen de schokbrekers weer terug in de basisstand. Er wordt gedempt gepraat in de auto. De moeheid na een lange dag wint het van alle andere emoties. Ze hebben geen idee waar ze nu rijden. Maar wat zijn ze blij met deze lift, hoe hadden ze anders ooit in Steenwijk moeten komen.

7 weken eerder

‘Wat is met Frits aan de hand hij lijkt wel gek?’ Erik stelt de vraag aan Reika. Ze zijn op een recreatiemeer, niet ver van huis aan het schaatsen. Reika en Frits met hun 2 jongens en een meisje en Erik en Angela met hun beide dochters. Ze wonen ongeveer drie jaar schuin tegenover elkaar. Een jaar of twee na Erik en Angela kwamen Frits en Reika er wonen. Zoals dat vaak gaat ontstonden de eerste kontakten via de basisschool die de kinderen deelden. Het klikte goed. Erik en Frits fietsten samen op hun racefietsen en maakten veel kilometers. En dan ook nog samen een keer per week 15, 20 km hardlopen. En nu op het ijs van deze plas rijdt Frits zijn rondjes of de duvel hem op de hielen zit.
‘Hij wil de Elfstedentocht gaan rijden’, ze pieste bijna in haar broek van het lachen. Reika lacht hard, zoals ze eigenlijk altijd doet, een beetje te hard lachen. Ze wil zo graag gelukkig lijken. Zij is immers de vrouw van de man met een geslaagde carrière. ‘Die is gek’ Erik maakt het bekende tik van de molen gebaar erbij . ‘Hij is niet wijs. Tweehonderd kilometer gaan schaatsen!’ Dat zag hij zich zelf niet doen.
Frits werkte bij een hightech firma en zat in een internationale werkgroep, die een wereldomvattend datanet opzette om weersverwachtingen beter te kunnen maken. Aan intercontinentale verkeersvliegtuigen werden transponders bevestigd die weersinformatie verzamelden. Een heel gedoe, Rusland bijvoorbeeld was erg bang dat er en passant spionage zou bedreven worden. Het was een langjarig project. Hij reisde de hele wereld over van Adelaide tot Nova Zembla en van Seattle naar Nice.
Een aparte vogel was het. Soms kwam hij na een reis van 2 weken terug uit Chicago. Arriveerde thuis, waar net de verjaardag van dochterlief werd gevierd. Het maakte niet uit, Frits trok zijn loopplunje aan en verdween voor een trainingsrondje van 1,5 uur. Achteraf was het meer vluchten dan trainen. Reika droeg halfslachtige excuses aan, loyaal als ze was: ‘Ja, anders krijgt hij last van zijn benen, na zo’n lange vlucht………. je weet wel trombose of zo’. Alles voor de bühne. Of ze inwendig huilde of kookte, je kon er geen peil op trekken.

Half januari.

Het winterde stevig door in Nederland. Frits schafte een paar nieuwe Noren aan. Het stel dat hij had was nog van voor 1963. Hij had er de schaatstocht over het IJsselmeer van Stavoren naar Enkhuizen nog mee gereden. Clandestien dat wel, hij was nog geen 18. Nu waren ze echt op! Het was een teken aan de wand. Hij verwachtte serieus een echte ijswinter, dat kon niet anders. Want geld uitgeven, hij had er een hekel aan, een zuunige Grunninger zoals Reika altijd zei. Met pijn in zijn portemonnee koesterde hij de Vikings. Tweehonderd en tachtig gulden had hij uitgegeven.
Uitgerekend nu moest hij naar Madrid voor een congres. Hij probeerde er onder uit te komen, maar ook weer niet echt, de baan lag hem na aan het hart. In zijn bagage gingen de schaatsen mee. Hij moest nog wat werken aan de pasvorm. Die moest absoluut perfect zijn. Met natte kranten en spiritus zou hij de knellende delen wegwerken. ’s Avonds zonder sociale verplichtingen had hij tijd genoeg om daar mee bezig te zijn. Hij verbleef in Hotel Osuna niet ver van Barajas Aeroport in het Ciudad Lineal district. Dicht bij het conferentie centrum en vooral niet te duur. Op een avond om een uur of halftien werd er op zijn kamerdeur geklopt. Een meisje van de roomservice kwam het boek dat had hij laten liggen in het restaurant terugbrengen. ‘Señor, you forrrgot yourrrr book’, zei ze toen de deur van zijn kamer openging. Haar mond viel open. Ze wist niet wat ze zag. Elke dag liep hij een paar uur met de schaatsen aan door de kamer te banjeren, zo ook op dat moment. ‘Die Hollander is gek geworden’ vertelde ze haar collega’s in de lobby.
Erik had geluk, zijn werk in de bouw lag stil door vorstverlet. Kilometers ijsplezier lagen voor het grijpen. Allerlei mensen om hem heen waren ook gek van ijs en ze trokken er samen op uit. Van Harderwijk naar Kampen en terug, uren op de Nieuwkoopse plassen, Ankeveen, Hart van Holland, Giethoorn het kon niet op. Hoe dan ook, deze winter zou hij nooit vergeten.

25 januari

Frits kwam middags terug uit Madrid, uitgerekend op dat moment viel de dooi in. Van een oud studie vriendje, die bij het KNMI werkte, had hij al de meest gedetailleerde weersverwachting gehoord. Grommend zag hij de waarheid onder ogen. Reika had ’s morgens het beddengoed uitbundig gelucht, ze verheugde zich op een stevige vrijpartij. ‘Jah, mijn mannetje is er weer vannacht’, galmde het over het pleintje. Altijd suggereerde ze er een tamelijk wild seksleven op na te houden. A dirty mind is a joy forever.
Teleurgesteld gingen ze hardlopen, de schaatsen kregen onderhoud en verdwenen weer naar zolder. Het dooide, verdorie echt balen, maar toen er ijs was hadden ze er goed gebruik van gemaakt. ‘Niemand neemt ons dat meer af’ zeiden ze tegen elkaar. Het duurde maar even. Na een kort intermezzo met droge dooi keerde de winter helemaal terug. Het ijs op de grote open wateren zoals de Randmeren en Utrechtse plassen kreeg niet eens de kans te breken en te gaan kruien. Het stuk gereden sneeuwijs van januari met diepe schaatsvoren erin gefreesd, werd door het natuurlijke reparatie weer helemaal glad. Beter als het was, stelden ze als kenners vast. Zwart ijs was het geworden.

Tweede week februari

De draad werd weer opgepakt. Frits draaide zijn rondjes waar dan ook en was buitengewoon blij met zijn karretjes zoals hij ze kozend noemde. ‘Ik ben van een kruk een crack geworden’ lachte Erik. Toen Frits voorstelde om – als tie komt – samen de Elfstedentocht te rijden, was het antwoord volmondig ‘ja natuurlijk’. De verwachtingen voor het weer op lange termijn zagen er steeds beter uit. Frits koesterde zijn studievriendje in de weerkamer.

18 februari

De Elfstedenkoorts liep steeds verder op. Aangestoken door vooral Frits, zijn eten, slapen, werk echt alles stond in het teken van wat er misschien wel zou komen. Angela deed niet er niet voor onder en hield fanatiek alle weersverwachtingen bij. Hield rekening met de maaltijden, aan haar zou het niet liggen. De geruchten gonzen, “de wens is de vader van de gedachte” geldt als nooit te voren. Televisies staan permanent aan. De aangekondigde persconferentie van het Elfsteden bestuur brengt een golf van speculatie op gang. Er wordt een kijkcijfer record gevestigd voor het NOS avondjournaal van acht uur. Als eerste verschijnt het hoofd van voorzitter Sipkema in beeld. Hij kondigt de dertiende Elfstedentocht aan met het simpele zinnetje “It sil heve”. Al het andere nieuws in de wereld bestaat op eens niet meer. Het land staat op zijn kop. Als de eerste opwinding weg geëbd is wordt duidelijk hoe het verder gaat. In Vaassen is de dichtstbijzijnde plaats waar ze zich kunnen inschrijven. Naïef spreken ze af er om 6 uur de volgende morgen te zijn. Dat moet vroeg zat zijn. Ze beseffen niet half de volle omvang van de gekte die als een wervelwind het land uit zijn tweeëntwintig jaar durende onthouding rukt. Van slapen komt niet veel die nacht.

19 februari 05.56 uur

Het is druk in Vaassen, het plaatsje krijgt een vracht schaatsers te verstouwen. Om 6 uur is het er bij het dorpshuis al weerzinwekkend druk. Journalisten zijn er om sfeerverslagen te vast te leggen. Tussen een lange sliert dranghekken staan talloze mannen en een enkele vrouw. Zo te ruiken komen er velen net uit de warme melkstal of van andere agrarische verplichtingen. Ze staan er als in een omgekeerde trechter, die onzichtbaar nog waar, uitwaaiert naar meerdere loketten. Er hangt een Sinterklaasavond stemming. Net zoals vroeger als je als kind de spanning had, je wist dat er cadeautjes kwamen, maar wat? Waar ook vandaan, het zijn allemaal vrienden, liefde voor ijs bindt hen. Sterke verhalen worden uitgewisseld alles in het teken van ijs. De verwachtingen, het materiaal, de trainingen, de tijd vliegt. Bakje koffie? ‘Ja, lekker’ zegt Frits. Angela heeft als altijd weer de proviand verzorgd. Ze heeft er ook koeken bijgedaan. Chef logistiek noemt Erik haar altijd half plagend.

10.33 uur

Sluipenderwijs verdwijnt de rust in de rij. Ongedurigheid wordt tastbaar. ‘Verdomme, wat duurt het allemaal lang’, zo wordt het onderhuidse gemopper hoorbaar. De geruchtenmachine komt onverbiddelijk op gang. ‘Als je nu nog niet aan de beurt bent dan kun je het wel schudden. Inschrijving helemaal gesloten, alle startkaarten zijn vergeven’. De een na de ander weet het nog beter. De verhalen worden al extremer en het gaat er in als zoete koek. Het is niet te stoppen, geruchten worden meningen, meningen transformeren naar feiten.

11.10 uur

Nog meer reuring. De dranghekken bieden geen weerstand aan types die zich de kortste weg naar de inschrijfloketten banen. In rechte lijn worden de hekken gekruist. De politie is hier niet op voorbereid dat is duidelijk. Schaatsers zijn over het algemeen rustige lui, daar waren ze vanuit gegaan. Geduld oefenen doen ze elke winter, afhankelijk van wat het weer brengt. Maar dit is andere koek. Zich breed makend zijn verschillende mannen zich een weg naar voren aan het banen. Hun dialect klinkt dreigend. Scheldend doen anderen halfslachtige pogingen ze te stoppen. Er wordt geduwd, geslagen, gescholden.

11.13 uur

‘Hey Frits, wat is er allemaal aan de hand, kun jij het zien?’ ‘Nee wacht. Geef me even een steuntje’ zegt hij en klimt op een dranghek. ‘Hey klootzak, niet over het hek klimmen, ik sla je op je bek als je er niet af komt’, schreeuwt een geitensik met een knalrode ijsmuts. Zijn kop is al even rood. ‘Rustig ik kijk alleen maar’. ‘Ik houd je in de gaten mannetje, je weet wat ik gezegd heb’, mekkert de sik nog wat na. ‘Ik kan het niet goed zien, daar achter zijn ze aan het knokken lijkt het wel’, Frits tuurt over de rijen heen. ‘Ik hoor sirenes’ zegt Erik. ‘Ja, wacht even, oh jee ik zie een paar politie busjes’.

12.00 uur

Piep, piep, piep piepppp. Dit is de radionieuwsdienst verzorgd door het ANP. Angela zet de radio harder. De rustige sonore stem van de nieuwslezer opent met het Elfsteden nieuws.
Zojuist meldt de politie dat er op verschillende plaatsen vechtpartijen zijn ontstaan bij de inschrijfbureaus. Mensen denken dat ze geen inschrijfkaarten meer kunnen krijgen. Het bestuur van de Elfsteden vereniging verzekerd dat iedereen ingeschreven kan worden. Ander nieuws, Duitsland: het grootschalige belastingfraude bij de Deutsch Post heeft breidt zich verder uit. De politie ………..
De rest dringt niet door. Vechtpartijen! Shit als Erik maar niet zo stom is. Die is meestal wel rustig maar nu? Angela is er niet zeker van.

12.39 uur

Eindelijk zijn de felbegeerde inschrijfkaarten in het bezit, zonder dat ze er een klap voor gegeven of ontvangen hebben. ‘Mooi man, die hebben we vast’. ‘Yes, we kunnen rijden!’ Met een vette grijns staan ze te genieten van het moment. Ze slaan elkaar op de schouders, bijna huppelend lopen ze naar de auto. Snel naar huis. Ze passeren een bord langs de weg “Café de Oosterhof 300 meter”. Ik heb eigenlijk wel zin in iets warms. Daar hebben ze vast wel wat te eten, soep of een broodje kroket’ zegt Erik, ‘zullen we daar heen gaan, daar kunnen we rustig alles doorlezen’. Frits rijdt het grote parkeerterrein op. In de zaak, geverfd en gedecoreerd in honderd tinten beige is het stil. De uitbater met een stompje sigaar in een mondhoek bromt hun een groet toe. Ze kiezen een tafeltje bij het raam met een dik ouderwets rood tafelkleed erop. Zo’n kleed waar vast menig borrelglaasje omgekieperd is.
Erik voelt in zijn binnenzak. Verrek, daar had hij ze toch ingestopt wat gek. Wordt warm en koud tegelijk, Jezus waar zijn de papieren? Andere zak dan. Koortsachtig woelt hij met zijn handen door alle jaszakken. Broekzakken volgen. Paniek, dit kan niet waar zijn. ‘Wat is er? zegt Frits. ’Godver man, ik ben alles kwijt!’ ‘Kijk nog eens goed. Ik loop wel even naar de auto. Misschien liggen ze daar’. Vier minuten later is hij terug, ‘nee daar ook niet’. ‘Dan gaan we gaan terug’. Tien minuten later zijn ze terug in het Dorpshuis. Stuiterend verteld Erik wat er aan de hand is aan de aardige vrouw bij de informatiebalie, ze zegt, ‘Ik zal even bellen met Leeuwarden’. Wippend op de ballen van zijn voeten staat Erik te wachten. ‘We kunnen nu niets doen alle computerlijnen zijn overbelast. Na 5 uur vanmiddag kunnen we pas controleren of u ingeschreven bent’. ‘Pfffffff’, Erik zucht diep. “Bedankt in elk geval”
Terneergeslagen rijden ze naar huis. Erik slaat zich letterlijk voor zijn kop. ‘Wat een klootzak ben ik. Echt zo’n actie van mij, lul dat ik ben’.

15.07 uur.

Ze rijden het pleintje op. Angela staat vrolijk achter het keukenraam, steekt haar duim op. Wat duim opsteken! Het is volkomen kut. Met afhangende schouders loopt Erik naar de voordeur. ‘Ze zijn terecht’ roept Angela terwijl ze de deur opent, ‘ze zijn gevonden’. Huh? Erik staat een beetje dommig te kijken. ‘Hè wat? Wat bedoel je?’ ‘De politie van Vaassen heeft gebeld…je inschrijfkaart is gevonden’. ‘Echt? Dat meen je niet’. Het goede nieuws komt in slow motion binnen. ‘Eerst was ik bang dat je gevochten had’ ratelt ze door ‘ik had gehoord van de vechtpartijen en dacht: Nee hè Erik heeft mee geknokt. Je kunt je kaart ophalen op het politiebureau in Vaassen’.
Voor het eerst sinds 2,5 uur voelt Erik weer vaste grond onder zijn voeten. ‘Kom op’ zegt Angela ‘ik ga met je mee, kunnen we meteen even doornemen wat je verder nog nodig hebt’. In het Noord West Veluwse dorp is het weer een beetje rustig is geworden. Als een kostbaar kleinood wordt het bundeltje papier zorgvuldig opgeborgen. De rest van de dag en avond wordt koortsachtig gevuld met het zoeken van skibril, zweethemden, windjack, zeem ter bescherming van de edele delen. Een slaapzak, reserve schaatsen, slijpbok maken de lijst compleet. De papieren liggen in een speciaal mapje. “License to skate”.

20 februari 10.37 uur

In Leeuwarden is het druk. Normaal gaan plaatsen als de provinciehoofdsteden ‘s winters met winterslaap. Hier is het omgekeerde het geval. Een eruptie van opwinding stroomt door de stad. Omleidingsroutes geven de aanbevolen parkeer plaatsen aan. Mensen met gele hesjes leiden alles zoveel als kan in goede banen. In de Frieslandhal is het epicentrum van alle opwinding. Het is een kakelbonte jaarmarkt. Achterin bevinden zich de inschrijfbalies van de Elfstedenvereniging. Naast het Fries klinkt Engels, Duits en vooral veel dialecten. Kramen met worst, warme chocolademelk en de onvermijdelijke souvenirs, mutsen, sjaals, sleutelhangers en truien. Vandaag kan er verdiend worden. Er wordt al een flink voorschot genomen op alles wat er te wachten staat. Uitgevers kondigen speciale fotoboeken aan. Landelijke en Friese kranten concurreren elkaar plat met schreeuwende koppen.
Het afhalen van de startkaarten verloopt vlot. ‘Nu naar de Bonkevaart’ zegt Frits, hij had de dag ervoor al geopperd om het stuk ijs te verkennen richting Dokkum. ‘Ja prima’ vindt ook Erik. Het is er een drukte van belang. Anderen doen het zelfde, even het Friese ijs testen, keuren en vooral sfeer proeven. Reportage wagens, dikke bossen kabels, verlichtingsmasten en aggregaten alles voor de dag der dagen. Het is donker als ze bij Wouter en Margriet aankomen. Eriks zus heeft slaapplaatsen geregeld bij haar zwager en schoonzus.

21 februari

Om half vijf loopt de wekker af. Margriet heeft een stevig ontbijt klaargemaakt. En een goed lunchpakket, ‘je weet maar nooit wat je onderweg kunt kopen’ zegt ze. De televisie staat aan, waar niet in het land? De laatste minuten voor de start van de wedstrijd pikken ze nog net mee. Verslaggever Mart Smeets vraagt de favorieten die strak tegen hek staan naar hun verwachtingen. Makke schapen zijn het niet meer. Als wilde paarden die straks de prairie op mogen staan ze te dringen. Erik en Frits kijken elkaar aan. Daar staan, lopen ze straks ook, het voelt onwerkelijk, maar het is zo.
‘Heb je alle spullen?’ vraagt Frits als ze klaar zijn om te vertrekken. ‘Ja zeker’, zegt Erik en tast toch nog even naar zijn mapje met start en stempelkaart. Wouter brengt ze naar het station van Steenwijk. ‘Nou jongens succes’. Hij zwaait, snel terug naar de buis om niets te missen.
De trein zit vol. Voller dan normaal in deze uithoek van het land. Een uurtje later zijn ze in Leeuwarden. Winters voelt het niet meer, of is dat verbeelding? ‘Hé, kijk eens’ zegt Erik wijzend op een temperatuur meter die voor een bankgebouw staat. ‘Het dooit man, plus 0,2 geeft dat ding aan!’ ‘Niks van aantrekken, dit is midden in de stad’ zegt Frits ‘buitenaf is het gewoon nog koud’. ‘Zou je denken?’ ‘Ja, echt wel let maar op straks’. Frits klinkt zeker, maar hij kan als geen ander zijn werkelijke gedachten voor zich houden. Een dikke stroom mensen is onderweg. Schaatsers lichtjes opgewonden maar met een zweem van devotie op naar het heilige Elfstedenijs. En vooral uitgelaten kijkers, enkelen nemen al een voorschot op de drank die ze rest van de dag overvloedig zullen drinken. ‘Moet je kijken wat een idioten. Carnaval is toch echt in Brabant’ moppert Frits over deze ín zijn ogen misplaatste uitgelatenheid.

9.25 uur

In de Friesland hal hangt een typische sfeer. Het evenement loopt, de wedstrijdrijders zijn al over de helft. Ruim driekwart van de toerrijders zijn onderweg. Opluchting bij de organisatie, tot zover gaat alles goed. Nog 2000 man moeten er vertrekken.
Een mengsel van zweetlucht, mottige sportschoenen, gebakken hamburgers met uien en verschaald bier bezwangeren de hal. Het bioritme telt niet meer. Heb je zin in een hamburger met bier dan neem je dat gewoon. Pavlov is koning vandaag.
Achter het hek staan ze, nog eventjes dan klinkt op hun startschot. ‘Nou Frits goeie reis man’ Erik klopt hem op de rug. ‘Jij ook man, we beginnen rustig, winnen doen we toch niet meer’. De eerste meters van de Elfstedentocht gaan beginnen. Het is ruim een kilometer naar de start op het ijs van de Zwettehaven. Ze lachen om de types die hun schaatsen al aangedaan hebben en een kilometer gaan klunen. Op een bankje bij het ijs verwisselen ze oude sportschoenen voor de schaatsen. In een rugzakje gaan ze mee. ‘Eigenlijk helemaal niet gek starten om 10 uur, dan hoef je tenminste niet zolang in het donker’ zegt Frits die nachtblind is. ‘Ik hoop dat het niet te laat is’ zegt Erik, hij ziet het water op het ijs.

10.13 uur

Als ze van Harinxma kanaal oversteken begint het eindelijk echt. Een focus, schaatsen, nu gaat het echt beginnen. Het ijs ligt er bleek en zwetend bij. Zachte sneeuwstukken nopen tot opletten. Bloedvlekken op het ijs bij brugpijlers verraden dat niet iedereen ongeschonden de streep zal halen. ‘Gaat wel lekker zo he Frits?’ ‘Ja, het gaat goed………..ik moet even die sjaal afdoen veel te heet zo’. Als ze in IJlst zijn is er een passend ritme en tempo gevonden. Een hoempa orkest doet zijn best om de stemming nog meer op te voeren. Na IJlst volgt Sloten, eerst het meer over. Driftig zwaaiend leidt een dik ingepakte man op klompen ze om een zwak stuk ijs heen. De dag vordert gestaag overal is het een gekkenhuis. In het zuidwesten van Friesland net na Balk beginnen de eerste moeilijkheden serieuze vormen aan te nemen. Het diepgelegen ijs op de Luts heeft na het passeren van 15.000 schaatsers geen puf meer. Langzaam maar zeker groeit de waterlaag op het ijs aan tot wel 5 cm of meer. Na Stavoren wordt het beter. Gestaag vorderen de kilometers. In Hindelopen, Workum en Bolsward staan de stempelposten midden in een dikke laag water. In alle rust proberen de stempelaars hun bedoening op veiliger plek te krijgen. Een hele kunst tussen al die duizenden mensen die zich zelf allemaal even belangrijk vinden. Platte boerenkarren staan klaar om pelotons schaatsers naar de andere kant van het dorp te vervoeren. Zonder grote problemen wordt Franeker bereikt en gepasseerd. Kippenvel van het enthousiasme, het is overweldigend. Frits altijd wars van emotie stamelt ‘dit is geweldig’.

18.04 uur

De zon is zojuist onder gegaan, niet dat hij erg zichtbaar was geweest. Net buiten Franeker is een steiger waar nog plek vrij is voor twee man. ‘Laten we eerst even goed eten en drinken. Het is nog een flink eind en hier kunnen we nog wat zien’. ‘Ja, dat is prima’ zegt Frits, gaat zitten en neemt een tabletje. ‘Is dat doping?’ Erik lacht er vermoeid bij. ‘Nee, pijn in mijn rug, ik moet echt wat nemen, anders trek ik het niet’. ‘Heb je er voor mij ook een, ik heb een blaar op mijn hak …….ik verrek onderhand van de pijn’. Met wat energie drank spoelt Erik de pijnstiller weg. In het allerlaatste schemerlicht schrapen ze zich van het steiger af. Wilskracht wint het nog net van vermoeidheid, de marges worden kleiner. Duisternis heeft de plek ingenomen van vale schemer. Frits ziet geen steek meer. Hij valt een paar keer, vloekt en kreunt. Erik heeft er belang bij dat ze met zijn tweeën blijven, en: ‘Samen uit samen thuis’ hadden ze afgesproken. ‘Kom op man pak mijn slag, ik waarschuw je voor de scheuren. We gaan het redden’.
Het zwarte gat van Friesland, Het Bildt, er lijkt geen einde aan te komen. Op het ijs in de lange diepgelegen watergangen komt steeds meer water te staan. Strontlucht, bijna twee maanden opgesloten in de bevroren mesthopen komt los, geeft weersverandering aan. Bruggen die de verschillende akkers met elkaar verbinden zijn een prachtige geleiding om de luchttemperatuur over te brengen naar het ijs. Dat langzaam de metamorfose ondergaat van vaste naar vloeibare toestand. Bruggen waar eerder die dag iedereen onder door kon flitsen, staan nu in levensgevaarlijke wakken die snel groter worden. De oevers zijn hoog. ‘Hoe kom je hier uit?’ Erik stelt de vraag en ziet hem meteen beantwoord. Voor elke brug staan tientallen mensen die een levende brugleuning vormen. Vermoeid trekken ze zich omhoog. En voorbij de brug helpen anderen je weer naar beneden.

21.07 uur

In de verte – tussen het gekras van de schaatsen door – zwelt een gegons aan. Dat moet Bartlehiem zijn, wat Mekka is voor moslims, Lourdes voor katholieken dat is Bartlehiem voor schaatsers.
De waterkruising van de Dokkumer Ee met de Finkumervaart, een gat, meer niet, behalve nu. Er wonen 60 mensen, het lijkt wel of er 6000 staan. Met moeite worden uitgelaten toeschouwers van het ijs gehouden dat vervaarlijk doorbuigt. Water golft voor de schaatsers uit. Alleen nog naar Dokkum! Gemakshalve worden de laatste 25 kilometers uit de gedachten gegumd. In het pikkedonker zoeken rijders het beste ijs uit, als dat er nog is tenminste. Voor en achter horen ze mensen vloeken die elkaar nog maar net ontwijken kunnen. Soms lukt dat niet en volgt er een plons. Van Dokkum en naar Dokkum op één vaart, het botst. ‘Effe wachten Frits ik moet pissen’. In een rietkraag probeert Erik tussen de lagen natte kleding zijn zaakje te vinden. Het valt niet mee, ondertussen begint het ijs weg te breken. Al krabbelend verplaatst hij zich zo snel mogelijk, zich half onder pissend gaat het net goed.

22.00 uur

Dokkum is bereikt, voor hun ogen ontvouwd zich een eufoor feest. Extatisch staan toeschouwers de al even extatische schaatsers aan te vuren. Het is een orgie van geluk, gekte en blijheid. Erwtensoep wordt uitgedeeld, nog nooit was de UNOX zo lekker. ‘Snel opeten man het wordt krap’ zegt Frits. ‘We hebben nog 2 uur dat gaat lukken, het zit in de tas’ Erik opgefleurd door alle toejuichingen gelooft er weer helemaal in.

22.45 uur

Redelijk snel zijn ze voor de tweede keer bij Bartlehiem. Nu nog maar 11, 12 kilometer. ‘Frits wacht even, ik ben gevallen en zeiknat’. Verdomme, dit is waardeloos. Voor het eerst vriest het weer tijdens de tocht. Visioenen van bevroren tenen en andere ellende doemen op. Het moreel knakt.
‘Ik moet even rusten ik ben kapot…..ik ga naar de eerste hulp. Mijn poot doet zo’n pijn’. Stommelend, krimpend van de pijn gaat Erik de tent in. Frits loopt mee en staat er wat ongemakkelijk bij. ‘Wat is er aan de hand man’, vraagt een vrouw. ‘Ik heb een blaar, ik verrek van de pijn. Kun je even kijken?’ ‘Tuurlijk, hier neem die maar’ en een pijnstiller wordt overhandigd. Ondertussen worden de grootste stukken vel weggeknipt en een rood stuk vlees stevig dicht getapet. Erik ziet en voelt vooral dat het lastig wordt. ‘Ik denk dat ik het niet red, ga jij alsjeblieft door. Jij kunt het makkelijk je kruisje halen. Ik kom wel, we zien elkaar bij de streep’. Frits verdwijnt in de mistige duisternis. Erik is alleen.

23.01 uur.

Erik vertrekt ‘Troch setten’ wordt hem na geroepen. Nog 59 minuten voor 10 kilometer. Wel niet, wel niet, wel niet, een mantra wordt het. Naast het steeds slechter wordende ijs staan tractoren die licht in de duisternis brengen. Verblinding en verlichting wisselen elkaar af. Voor en nadeel het ligt er aan welke kant je uitkijkt. ‘Hoeveel kilometer nog?’ Iemand zegt: ‘Nog 6 kilometer, je redt het wel’. Erik is moe, twijfel slaat toe, het laatste restje optimisme smelt weg. Hij houdt de benen stil. Kan niet verder, wil hij nog wel? Telkens gaan voeten helemaal uit elkaar. ‘Wat is dit voor gedoe?’ zegt hij half hard tegen zichzelf. Als een vermoeide kameel die drinkt uit een bron richt hij zich op. ‘Hoe ver is het nog?’ ‘Zeven kilometer’ klinkt uit het donker. ‘Ga ik de verkeerde kant uit? Net was het nog zes’. ‘Nee, die kant uit, niet lullen, doorrijden’ klinkt het gebiedend. ‘Je kunt het halen’ roept een man hem na.

23.43 uur

Frits loopt achter in de Friesland hal. Heeft zojuist zijn stempelkaart afgeven. Gehaald! Hij koestert het bewijs als een kostbaar relikwie. Eeuwige roem zal hem ten deel vallen. Achter een rij bouwhekken met doeken er aan bevestigd staan stretchers. Er lopen wat verplegers tussen. ‘Zoekt u iemand? ‘Ja, mijn maat…….. we zijn bij Bartlehiem uit elkaar gegaan. Ik denk dat ze hem van de EHBO daar hier naar toe gebracht hebben’. ‘Dat zou best kunnen, het is momenteel een beetje chaos’ bromt de man, de lange dag heeft diepe voren in zijn gezicht gekerfd. ‘Kijk zelf maar, we weten niet wie hier liggen…. Niet precies in elk geval’. Frits schuifelt tussen de stretchers door. Licht een voor een de paardendekens op. Koppen in het verband, armen in mitella’s. Lege ogen diep in de kassen liggend staren hem aan. ‘Sorry ik zoek mijn maat’.

23.44 uur

Een nachtmerrie wordt het. Die gaat hard denkt hij als iemand hem passeert, tot de man of vrouw in een scheur rijdt en druipend verder moet. Licht in de verte, is daar de finish, de Bonkevaart? Of is het weer een tractor. Bij daglicht, anderhalve dag geleden zag alles er anders uit. Denken gaat niet rationeel meer. Doodmoe, helemaal verrot, de zintuigen werken op noodstroom. De benen doen wat ze zelf willen of beter gaan willekeurig alle kanten uit. Coördinatie is iets van uren geleden.

23.55 uur

Hé, dit ken ik hier de bocht om naar rechts. Als dronken zwanen die op het ijs landen, glibberen schaatsers over de baan. ‘Hier aanpakken’ klinkt het opeens. Een grote man duikt op uit het duister. Steekt zijn rechterhand uit, ‘aanpakken’. In het tegenlicht heeft hij iets grotesk. Aan zijn linkerhand bungelt nog een lappenpop. ‘Doorrijden jullie redden het, kom op!’ het is meer een bevel dan een aanmoediging.

23.59 uur

Nog 100 meter, een lichtjaar! In de verte wordt afgeteld. Vijfentwintig, vierentwintig, drieëntwintig. ‘Schiet op man’ de reus schreeuwt het hun toe, als net geschoten konijnen bungelen ze aan de armen van de verlosser, de redder. ‘Tien, negen, acht zeven, je hebt het gehaald’ hoort hij, ‘vier, drie, twee, een, nul. Sluit! Dit was de laatste. Nee, jammer meneer u bent te laat’ wordt er gezegd.

22 februari 00.10 uur

Sterke armen duwen Erik vooruit omhoog, van af de kant van de vaart naar de hoger gelegen weg. Steunend op weg naar een stoel in de gele bus die klaar staat. ‘Heb je hele dag op die dingen gereden?’ vraagt de Rode Kruis hesje. ‘Nee hoezo?’ ‘Kijk maar naar beneden!’ Erik ziet het, beide schaatsen zijn helemaal krom, de punten wijzen naar buiten. ‘Nu snap ik waarom mijn voeten steeds naar buiten gingen’ zegt hij terwijl kramp als een mes door de kuiten schiet.

01.02 uur

Honderd jaar ouder geworden sleept Erik zich vanuit de bus de hal in. ‘Nu nog Frits vinden en de tas met een droge kleren’, denkt hij vaag. Een actie volgt niet op deze gedachte, hij zou niet weten hoe. ‘Waar zou Frits zijn?’ Wankelend, intens moe, nooit geweten dat je zo moe kan worden, een lawine van moeheid belemmerd alle mogelijke opties.
‘Ga maar zitten’ het is Frits die een stoel onder zijn kont schuift. Frits heeft hem gevonden, andersom was nooit gelukt. Zijn zintuigen staan op slot. ‘Erik, man ik maakte me zo ongerust. Heb je het gehaald?’ ‘Ja net……………. het was zo op het nippertje’


Facebook

Cursussen & Trainingen

Babel verzorgt taalcursussen voor 13 talen en communicatietrainingen. Bekijk de:

Locatie

De trainingen van Babel vinden plaats op de Nieuwegracht en het University College Utrecht. Er is gratis parkeergelegenheid op deze locaties.

Nieuwsbrief

Mis niets meer en schrijf je in op onze nieuwsbrief!