nlen Login My Babel
De aankondiging door Erik van Uden

Blog

De aankondiging door Erik van Uden

In de cursus creatief schrijven heeft Erik van Uden aan onderstaande tekst gewerkt. Via deze blog delen we de verhalen om jou te inspireren en te laten genieten van wat er uit de cursus creatief schrijven voortvloeit.

1.
‘Ik houd niet erg van opwinding. Dat moet u inmiddels toch wel duidelijk zijn. Eigenlijk draait het daarom, en om niets anders. Hoe denkt u dat ik daar zat in die hal? Dat zijn moeilijke momenten voor mij. En dan komt er ook nog eens zo’n type aanzetten. Ik heb hem eerst niet in de gaten. Bezig met mijn ademhalingsoefeningen om mijn kalmte te bewaren, snapt u. Ineens ruik ik een brandlucht. Als ik opkijk hangt er een matglazen piramide voor mijn neus. Er komt een roze licht uit. Ik denk eerst nog dat het een lampje is. “Look sir, very nice”. Is het zo’n marskramer met van die priemende slangenoogjes. “You buy?” Dan blaast hij ook nog een walm van as en nicotine in mijn gezicht. Hij had oranje teenslippers, dat weet ik nog. Verder is hij kaal en bruin: zijn benen, zijn broek, zijn tanden, alles bruin en rot. Hij ziet eruit als een uitgepakte mummie. Hij hangt daar over me heen en ik kan geen kant op. Naast hem staat een tas met nog meer prullaria. “Buy a present for your gullfrrriend, sir?”. Echt een zombie…’

‘…’

‘U hebt nu toch wel de recorder aanstaan? Dat ik het niet nog een keer hoef te vertellen, bedoel ik… Die vent had me dus in de hoek gedreven. Twee weken lang had ik die parasieten weggelachen, afgepoeierd, ze van mijn lijf geschud. Maar in een vertrekhal verwacht je ze niet. Dat vind ik tenminste. En ik ben redelijk wat gewend op dat vlak. Het was echt niet de eerste keer dat ik vloog – dat we daar geen misverstanden over hebben. Maar moet je nagaan: Links en rechts heb je de uitstallingen met Rabanne, Gucci en Glenfiddish, en dan zo’n type.

Ik wist niet hoe snel ik weg moest komen. ‘Hoeveel?’ vraag ik. Begint hij over een speciale prijs; het is altijd een speciale prijs. Ik zeg, nou vertel me maar je speciale prijs en trek mijn portemonnee. Ik wil me zo snel mogelijk vrij kopen. Wegwezen. Ik stap achteruit, donder bijna over zijn tas met zooi. Als hij me niet had vastgepakt, had ik op de grond gelegen. Het ging net goed. En werkelijk, die opiumschuiver staat erbij te grijnzen. Wat een bek. Honderd pond, zegt hij. Nou, ik heb hem vijftig gegeven; meer dan genoeg. Dat was het ook, want hij gaf me die doos met een piramide in mijn handen en weg was hij. Allah akbar, dacht ik, nu wegwezen hier.’
‘Had u nog bepaalde associaties bij die piramide?’
‘Nee, hoezo? Ik heb hem in mijn koffer gepropt, verder niet. Maar ik loop daar in de hal met de rolkoffertjes, de groene van mij, de babyroze van Anne. Af en toe het geschetter van de omroepinstallatie, hollende mensen. Maar ik kan mijn kalmte nog wel bewaren. Anne is nog volkomen uit beeld. Ik kijk naar de aankondigingen op de monitoren. We zouden al naar de gate toe moeten. U kent Anne niet echt, maar geloof me, dat is niets nieuws. Ze is altijd te laat. Zeg ik er wat van, dan is het gelijk heibel. Nou ja, wat moest ik? Naar de taxfree, dacht ik, daar moet ze toch ergens rondhangen. Speuren overal natuurlijk. Opgebeld, dat ook. Maar ja, ze nam weer eens niet op. Heeft ze haar mobiel uitgezet. Dat is bij haar bijna standaard. Het ding staat altijd uit, behalve in het theater of bij een begrafenis. Ik lieg niet, hoor, het is echt een keer gebeurd bij een uitvaart. Vreselijk gênant.’
‘Maakte u zich ongerust over haar?’
‘Toen nog niet. Zij moest zo nodig nog even kijken in de modezaakjes.
“Als het uitloopt, dan ga je maar vast naar de gate. Zie ik je daar.” Heldere afspraak, hè? “Lijkt me geen goed plan,” zeg ik nog. Maar ze is natuurlijk weer even halsstarrig als altijd. “Je bekijkt het maar. Let je goed op mijn koffer?” Nou, daar sta je dan. Ze weet dat het voor mij moeilijke momenten zijn. Maar het is ook niet fair om alle schuld bij haar neer te leggen. Die hele rondreis was achteraf gezien ook geen goede keuze. Het was het verkeerde moment. Sinds haar laatste miskraam is ze down. Zeg maar rustig zwaar depressief. Ze heeft van alles gedaan. Cognitieve gedragstherapie… U weet wat dat is? Ja natuurlijk weet u dat. Mindfulness, een of andere gespreksgroep. Ze begint ook steeds meer in dat peutentaaltje te praten. Sorry hoor, maar zo zie ik het. Ze heeft het dan over haar draagkracht en draaglast. Ze is op zoek naar energiegevers en energievreters. Ik hoor bij de energievreters. Daar ben je dan mee getrouwd, begrijpt u? Noemt ze mij een energievreter. Nou, ze heeft dus vastgesteld dat ze depressief werd van haar werk. Ze werkte in de catering. Was te belastend. Ze heeft ontslag genomen. Wandelen in de natuur vond ze ook belastend. Dat deden we toch al vrijwel nooit, geen probleem dus. De kat was belastend: kattenbak schoon maken, Streep te eten geven. Ze heeft het arme beest daarom naar haar zus gedaan. Het einde van het liedje is dat ze de hele dag voor de TV zit, tot diep in de nacht. En geen woord over kinderen. Daar zit haar zwakke plek. Het is heel verdrietig, en ze kan daar natuurlijk ook niets aan doen, maar die kinderen…’
‘Heeft u samen besloten deze reis te maken?’
‘Nee, het idee van de rondreis is van mij. Een cadeautje voor haar verjaardag. Best een groot ding, toch? Het was voor mij ook een opoffering, maar ze houdt van exotische plaatsen. Ze was er in het begin heel blij mee. Maar ja, al de voorbereidingen, de vaccinaties, het inpakken: dat was allemaal uiterst belastend. En natuurlijk, de bestemming was ook niet zo handig gekozen: een tour langs de grootste doodskisten die de mensheid ooit heeft gebouwd. Dat zei ze zelf. Ik had er nog nooit zo naar gekeken. Beetje bizar. Maar achteraf gezien misschien niet geschikt voor iemand die zo ondergedompeld is in een depressie. Ze hing er meestal ook maar een beetje bij. Ze spreekt de taal niet, dat is jammer. Ze heeft er nooit moeite voor gedaan, ook niet toen ze nog goed was.’
‘U ziet haar als labiel?’
‘Dat is misschien een groot woord, maar ik maak me wel zorgen, ja. Maar ik maakte me op dat moment natuurlijk meer zorgen over het vliegen. Ik moest haar vinden, wilden we de vlucht niet missen. Ik doorkruis eerst alle kledingzaken. Geen Anne. Ik ga de boekhandel binnen. Dat was misschien fout. Maar ik wilde even een krantje halen voor in het vliegtuig. De Washington Post hadden ze liggen. Dat had ik dus beter niet kunnen doen.

Als ik de winkel uitloop zie ik op de monitor KLM 553 knipperen. Klopt hè, dat vluchtnummer? Ik heb een idioot geheugen voor cijfers, namen, feiten. Ik vertel het je precies zoals het was, geloof me maar. Boarding now, boarding now, waarschuwt de monitor en nog steeds geen Anne in beeld. Ik race terug naar de hal. Niets. Ze is dus toch direct naar de gate gegaan, concludeer ik. Rennen dus. Moet je ook eens proberen met twee van die koffers. Als ik aankom zijn de meeste mensen richting vliegtuig. Geen Anne. Ze is er nog niet. Wachten dus. Ik ga achterin zitten. De rits van mijn koffer staat een stuk open. Dat is waar ik de piramide naar binnen had geduwd. Ik wurm het ding eruit, en ik kijk in de doos. Dan pas zie ik dat er op één kant van de piramide een wijzerplaat zit. Ik houd hem bij mijn oor. Het klokje staat stil. Op de onderkant zit een schakelaartje. Het doet niets. Geen roze licht, geen tikkend uurwerk, alleen een vaag gezoem. Ik heb hem terug in de koffer geduwd, niet meer aan gedacht. Nou, ik zit daar dus te wachten en de rij wordt steeds korter. Rondkijken, rondkijken. Wat kneep ik hem. Dat kunt u zich toch wel voorstellen?’
‘Waar was u op dat moment het meeste bang voor?’
‘Dat weet ik niet meer. Ik stond daar bij de gate te druipen van het zweet. Dat was echt niet de warmte. Gewoon doodsbang, voor alles. Ik sta daar met die twee koffers, paspoort, boarding pass. ‘U moet nu instappem’, zegt de stewardess. Nu. Laatste kans. Dat zei ze: kans. Ga er maar vanuit dat uw vrouw erin zit. Nou, ik loop dus door. Ik weet zeker dat het fout gaat, en ook dat Anne er niet in zal zitten. Een labiele vrouw als zij, ik had haar nooit alleen over die luchthaven moeten laten ronddwalen. Dat was fout. Ik ga aan boord en ik denk: dit was het, ik ben haar kwijt, ik raak alles kwijt. Finito. Ik wist het gewoon zeker op dat moment. Nou, ik loop door, de cabine in en een stewardess trekt chagrijnig de deur achter me dicht. Ze kijkt me heel vuil aan. Ik denk, je moest eens weten hoe ik me voel.’
‘Hoe voelde u zich dan op dat moment?’
‘Dat lijkt me wel duidelijk. Als u dat niet snapt, dan moet u toch echt een ander beroep kiezen. Mijn geval is toch niet uniek? Nou ja, ik worstel me door het gangpad, overal benen, tassen die nog niet goed opgeborgen zijn, en dan met die twee koffers manoeuvreren, één voor me, één achter me. Probeer dat maar eens. En ja hoor, wat denkt u, daar zit ze; op 26F bij het raam. Eigenlijk mijn plaats. Woest is ze. Maar geen woord, hè. Gewoon stommetje spelen. En als er toch iemand het recht had om boos te zijn… Ze duikt weg in de reclamefolder van de vliegmaatschappij en verder komt er geen woord meer.
Gelukkig heeft ze niet meer de energie om lang boos te blijven. Nog voor we opstijgen draait ze haar gezicht alweer naar me toe. Weg furie. Ze kijkt me aan met die fluweelzachte oogopslag die ik al minstens een jaar niet meer gezien had. Heel even denk ik nog dat alles goed komt. Haar linkerhand duikt weg in een plastic zak tussen haar benen. Er komt een babytruitje tevoorschijn. Op de borst staat de piramide van Gizeh afgebeeld. Ik denk “Alsjeblieft, niet nog een keer”, maar het is weer zo ver. “Kijk, lief he! Ik had het je misschien eerder moeten zeggen, maar als we thuis zijn ga ik direct naar de dokter. Ik denk dat het nu echt raak is.” De tranen rollen over haar wangen. Probeer daar maar eens goed op te reageren. Ik omhels haar, druk haar tegen me aan. Ik probeer om mijn felicitaties oprecht te laten klinken. Als haar emoties wat bedaard zijn, sla ik de krant open. En wat denkt u? Op de voorpagina dobbert een vliegtuig in de Hudsonrivier.’

2.

‘Weet je, mam, het is toch een nederlaag. Dit gun je niemand. En je blijft twijfelen. Net als met paps… Jij hebt toen ook dagen lopen janken. Je belde zowat iedere dag. Naar mij en Renaat. Weet je nog dat je hem eruit wilde halen? Zat ie daar moederziel alleen voor het raam. Luier vol gescheten. Een baby van vijfenzestig. Ik heb nu precies hetzelfde. Ik begrijp nu zó goed hoe het voor je was. Ik zou hem ook zo terug willen halen. Koffer mee, aankleden en hup, de auto in. Het is zo kut hè, als je hem daar ziet zitten. Zo verdrietig. Daarom ga ik er ook niet heen. Ik kan het niet aanzien. Hij mag er ook niet weg. Juridisch gezien dan. Een beslissing van de rechter. Punt. Ik moet het gewoon uit mijn hoofd zetten. Na dat gedoe in het vliegtuig, snap je wel? Het kon niet anders. Ik mag blij zijn dat hij nog leeft, weet je dat? Dat zei zo’n vent van de ambassade.’

‘….’

‘Nee, mam, echt, Ik ga er niet heen. Nog even niet. Ik moet hier eerst even doorheen. Zijn moeder trouwens wel. Zij gaat iedere dag bij hem langs. Heel lief hoor, maar mij lukt het niet. Ik word daar zó depressief. Het vliegt me naar de keel. Dat oude gebouw; overal waar je komt die urinelucht. En dan die zombies om je heen. Zo creepy, weet je wel. Ik ben trouwens bij ze thuis geweest. Natuurlijk. Dat doe je gewoon. Het blijven je schoonouders. Ze zijn zó, zó bedroefd. Maar je komt niet ver. Je zit op een ander level. Zij ervaren dat allemaal zo heel anders dan wij. Ze zien het als een schande. Ze vinden ook dat het aan mij ligt. Ik begrijp dat wel, hoor. Ze moeten het nog een plaats geven. Ik ben ook maar heel eventjes geweest hoor. Half uurtje. Even een kopje thee. Ik heb het ook zo berendruk. Er moet van alles geregeld met het werk, met de bank, met de verzekering. Je hebt geen idee. Anders had ik je natuurlijk wel eerder gebeld.’

‘….’

‘Jawel, absoluut, het leek beter te gaan. Ik heb dat zelf ook een hele tijd gedacht. Vooral met die nieuwe medicijnen was hij veel rustiger. Op zijn werk ging het stukken beter. Terug naar vijftig procent, een gouden greep! De woensdag had hij helemaal voor zichzelf. Kon hij weer tot rust komen. Voor zijn baas was het trouwens ook een uitkomst. Het gaat slecht met de uitgevers. Steeds minder werk voor de correctors. Chique deal dus, ook voor hem.
Het slapen ging een tijd lang beter. Geen nachtmerries meer. Maar ik wilde hem niet bij mij in bed. Vond ik toch te eng. Er zit altijd wat onberekenbaars in. Hij vond dat natuurlijk niet leuk, maar ik heb mijn slaap gewoon nodig. Dat heb jij ook altijd gezegd. Als ik mijn rust niet heb, functioneer ik niet. Maar eigenlijk ging het vorig jaar al mis. Hij kwam toen steeds meer met rare boeken thuis. Over mystiek, of hoe moet je dat noemen? Yogastandjes, een Tibetaans dodenboek; een heel vunzig seksboek uit India… Nou ja! Je bent nooit op zijn kamer geweest, hè? Maar je zou zijn boekenkast moeten zien. Een hele muur vol zielenknijperij. Echt, ik zweer het je. Hij is in de zomer ook nog die twee weken naar Turkije geweest, weet je nog? Naar zo’n suffie-klooster. Ik heb nog een paar nachtjes bij jou gelogeerd. Toen hij terug kwam was hij wel behoorlijk van slag. Het was toch te belastend. Zo’n klooster gaat je natuurlijk niet in je koude kleren zitten. Ik vond het eerst tof dat hij weer in zijn eentje weg kon. Had ik ook weer even voor mezelf. Maar ik had hem toch niet moeten laten gaan.’

‘….’

‘Nee, klopt. Dat leek zeker positief. Ik heb het verder ook maar gelaten. Die reis was geweest. Zand erover. Maar in het najaar begon hij echt kuren te vertonen. Hij was toen een paar weken flink verkouden… Stelde ook niet zoveel voor. Maar ineens was het geen verkoudheid, maar een allergie. Hij zou allergisch zijn voor Streep. Hij had dat ineens helemaal scherp. Bizar! Ik heb Streep al jaren. Hij is nooit verkouden geweest. Onzin, dat allergieverhaal. Weet je wat het echt was volgens mij? Hij was bang van katten. Dat was het. Teveel enge verhalen gelezen. Zoiets. Maar het was dus Streep of hij. Dat was best heel klote. Hij is net zo lang blijven zaniken tot ik haar bij Renaat heb gebracht. Je weet dus hoe Renaat is met dieren. Ze moest er nooit wat van hebben. En wat denk je: Nou wil ze Streep eigenlijk niet meer kwijt. Ik vind het best hoor. Ik heb op het moment toch geen tijd voor die kat. Ik heb niet eens tijd voor mijn cateringzaak.’

‘….’

‘Nee, dat geld was niet van hem, wat denk je wel? Ik heb toen zelf ontslag genomen bij De Boer. Er moesten mensen uit, maar ik was niet boventallig. Daar hadden ze een mooie regeling voor, een oprotsubsidie. Dat heb ik je toch al een keer verteld…? Nee echt… Ja, ik heb wel wát van hem gehad, maar dat was echt peanuts. De keuken, de pannen, de bestelwagen, de hele rimram voor de catering, allemaal zelf betaald. Maar weet je eigenlijk wel waarom ik ontslag heb genomen? Om thuis te zijn. Dat was ook voor hem. Ik wilde hem in de gaten houden. Daarom kan ik niet zoveel opdrachten aannemen. Dus ik vind het best lullig dat je over dat geld begint. Ik hoefde niet zo nodig te stoppen met werken. Echt niet. Het was voor hem. En we zijn de winter toch goed doorgekomen? In de donkere dagen is hij eigenlijk altijd depressief. Hij kan er gewoon niet tegen. Maar we zijn er dit jaar heel soepel doorgerold. Hij heeft niet één dag van zijn werk verzuimd. Ik zweer het je. Dat was vroeger wel anders, toch?’

‘….’

‘Klopt, het ging verder wel redelijk goed met hem. Zeker als je het van een afstand bekijkt. Maar jij zit er niet zoals ik de hele dag bovenop. Het zijn vooral die kleine dingetjes die je opvallen. Hij kon zo’n rare, lege blik hebben. Misschien dat het die medicijnen waren. Maar het is heus niet voor niets fout gegaan. Er was altijd die donkere bromtoon. Zo’n vrachtwagen die in de vroege ochtend stationair staat te draaien onder je slaapkamerraam. Je wordt er niet wakker van, maar je kunt er ook niet bij slapen. Snap je? Het leek ok, dat geloof ik best, maar ergens zat er iets te rotten.’

‘….’

‘Nee, daar klopt niets van! Ik heb nooit een miskraam gehad. Ook niet één… Wat een rotstreek van hem om dat te vertellen. Het is gewoon grote onzin. We hebben het nooit over kinderen gehad. Niet echt. Als ik er iets over zei, dan begon hij te schelden en zo. En je kunt een kind toch niet met zo’n vader opschepen. Dat doe je niet. Zo sta ik erin. Maar ik wist helemaal niet dat hij dat verteld had. Wat een lul.’

‘….’

‘Ok, laat nou maar. Ik zou je nog over de reis vertellen. Anders weet je nog steeds niet wat er gebeurd is. Nou, die plannen voor de Egypte-excursie, daar wist ik dus niets van. Echt iets voor hem. Hij ziet iets en, pats, hij moet het hebben. Geen overleg. Hij had de reis al geboekt. Ik kreeg direct de wabber, dat begrijp je. Ik denk: dat gaat niet lukken. Maar hij moest en zou. En als we nu eens samen gaan, zei ik. Ik kon niets beters verzinnen. Nou dat was super gaaf. Ik mocht dan zogenaamd met hem mee. Dat heeft me nog goud geld gekost. Hij kon natuurlijk van dat frutsalaris geen twee reizen betalen. Dus daar ging mijn laatste spaargeld. Maar iemand die zo de weg kwijt is, die laat je niet alleen de woestijn ingaan. Ook niet met een groepsreis. Het is daar ook nog eens bloedlink, met al die aanslagen en de jihad en zo. Ik hield mijn hart vast, eerlijk waar. Ik heb het nooit tegen je gezegd. Ik wilde je niet ongerust maken. Maar zo is het wel. De rondreis was eigenlijk best tof. Boven verwachting. Goede hotels, goed eten. Elk verblijf all inclusive. Geniaal. Ik hoefde niet eens met de groep mee het hete zand in. Ik kon de transfers steeds maken met een luxe coach. En overdag lekker langs het zwembad, boekje, nagels laten doen, met de hotelservice naar de souq. Echt briljant. Allemaal rotzooi daar natuurlijk en een klef volkje, maar leuk om wat te neuzen. Hij zelf miste natuurlijk geen graftombe, wat denk je? En iedere avond van die ranzige verhalen. “Wist je dat ze met een haaknaald bij die farao’s de hersens uit zijn kop peuterden? Die deden ze in een apart potje naast het graf.” “O jaah?” En dat precies op het moment dat je in een kalfslapje zit te prikken. Maar verder was het een prima reis. Niets van de rampen waar ik zo bang voor was geweest. Het vreemde was: hij was wel heel erg opgetogen. Zeg maar gerust manisch. Veel praten, veel lachen. Iedereen hing aan zijn lippen, ik zweer het je. Ik vond het toen een verademing. Ik had hem lang zo niet meegemaakt. Stom genoeg kreeg ik geen argwaan. Achteraf denk ik, hij heeft gewoon de hele reis lang zijn pillen niet ingenomen.’

‘….’

‘Nee, van de dokter moet hij iedere dag innemen. Echt waar. Daardoor is het ook fout gegaan op het vliegtuig. Maar dan ook goed fout. Moet je luisteren. We waren dus op het vliegveld. Ik had hem gevraagd om op de koffers te passen. Hij zat in de grote wachtruimte met een kop koffie. Ik denk: even wat halen voor Jos en Mia. Zij is rond Kerst uitgerekend. Ik denk, dan heb ik dat maar vast liggen. Kon mooi, we hadden nog ruim een uur voor boarding. Dus ik naar de tax free. Kom ik terug, niemand. Is hij ook gaan shoppen, de klootzak. Ik weer al die winkels langs. Niets. En ondertussen moesten we ook al bij de gate zijn. Ik ben daar maar naartoe gelopen. Ik denk, dan tref ik hem daar wel. Maar daar was meneer ook niet. Ik wist toen echt even niet hoe of wat. Ik ben aan boord gegaan. Stom misschien. Maar ik hoopte dat hij er al in zou zitten. Niet dus. Het heeft nog een half uur geduurd voor hij aan kwam kakken. Dat geloof je toch niet. Iedereen zat al, stewardessen chagrijnig. Maar ik denk, laat ik maar geen scene schoppen. Even kalmeren en dan heel gewoon doen, alsof er niets aan de hand is. Dus ik pak op een gegeven moment het cadeautje voor Mia om hem te laten zien. Hij kijkt me aan. Heeft hij weer zo’n vreemde blik in de ogen. Ik zeg tegen hem: als we terug zijn, gaan we toch wel even naar de dokter. Ok? En wat denk je? Begint hij me uitbundig te zoenen. Bizar toch? Ik duw hem heel zachtjes terug in zijn stoel. Het was zo weird. En wat er nou gebeurd is, ik weet het niet, maar voor ik het weet rent hij door het gangpad. “Er is een bom aan boord.” “We gaan neerstorten.” Weet ik veel wat hij er allemaal uitkraamde. Ik schrok me wild. En moet je weten: het vliegtuig begon net vaart te maken om op te stijgen. Het volgende moment springt er een steward bovenop hem, zo’n cosmoboy. Geen idee of het een agent was. Hij had wel een pistool. In ieder geval, een ogenblik later zit hij geboeid voorin en taxiën we terug naar de gate. Ze wilden hem eerst daar houden. Absoluut. Verdacht van terrorisme. Dat soort dingen. Ik heb me suf gebeld: naar de ambassade, naar dokter Foudraine, naar de bank. Ik heb de hele wereld aan de lijn gehad. Hij is de kameel die door het oog van de naald is gekropen. Dat zei de vrouw van de ambassade. Vond ik zo’n mooie uitdrukking. Normaal kom je na zoiets het land niet meer uit. Voor hetzelfde geld had hij in een Egyptische cel gezeten. Een graftombe dus, maar dan zonder plaatjes op de muur. Nou, je snapt dat opname hier on-ver-mij-de-lijk was. Het is nog op het nieuws geweest, hè? Ja werkelijk, zo unreal.
Nee, die inrichting, geen ontkomen aan. En misschien is het ook maar beter zo. Dan heeft hij de tijd om rustig aan zichzelf te werken.’

‘….’

‘Mam, ik wilde je eigenlijk nog iets vertellen. Beetje lullig door de telefoon. Maar we zien elkaar niet zo vaak. En het is ook om wat je net zei. Ik wil heel graag dat je het weet, want je zult er heel, heel erg blij mee zijn. Je hebt het er nooit over gehad, maar ik weet dat je er al heel lang naar uitkijkt. Mam, je wordt oma. En ik zeg het je gelijk: het is niet van Mo.’


Facebook

Cursussen & Trainingen

Babel verzorgt taalcursussen voor 13 talen en communicatietrainingen. Bekijk de:

Locatie

De trainingen van Babel vinden plaats op de Nieuwegracht en het University College Utrecht. Er is gratis parkeergelegenheid op deze locaties.

Nieuwsbrief

Mis niets meer en schrijf je in op onze nieuwsbrief!