nlen Login My Babel
Bereitschaftspotential door Hidde Rang

Blog

Bereitschaftspotential door Hidde Rang

In de cursus creatief schrijven werken mensen aan verschillende soort teksten. Hidde Rang werkte in de cursus aan onderstaande tekst.

1. Storm

Stromen koude regen hielden een stilettorace op de stoep. De takken van de boom bij de voordeur sloegen tegen de ramen.
Binnen was de storm net gaan liggen. Kapotgesmeten stukken servies, verscheurd en gedeeltelijk verbrand papier en de kat Styx, die onder de bank weggedoken zat, waren de stille getuigen van de woedeuitbarsting die Dirk over zich had laten komen. Nu zat hij even bij te komen op de bank.
Dirk veroorloofde zich wel vaker een woedeaanval. Wie de wereld om zich heen begrijpt en kan bespelen, is wel bereid om die wereld kalm tegemoet te treden. Als een sfinx. Maar wie, zoals Dirk, iedere dag weer moet strijden tegen de demonen die de wereld op hem afstuurt, die hem uitdagen, bespotten en kleineren, die gaat niet met kalmte te werk, maar bestrijdt de wereld en alle duivelse plannen die daar gesmeed worden, met geweld. ‘Met gepast geweld’, noemde Dirk dat altijd. Dirk kon zich wel vinden in het gebruik van ‘gepast geweld’, hoewel dat zich, in zijn eigen geval, meestal beperkte tot verbaal geweld en geweld gericht tegen eigen eigendommen.
Dirk overzag de ravage die hij in zijn donderbui had aangericht. Twee glazen en een koffiemok hadden het telefoongesprek niet overleefd. Bij het verscheuren van papier had hij zich deze keer beperkt tot enkele folders, waaronder die van de plaatselijke supermarkt met de aanbiedingen van komende week. Na het verscheuren had hij het papier in de open haard gegooid. De helft van het papier had de haard gemist.
Bij de vorige woedeuitbarsting had een deel van zijn huishoudelijke administratie er aan moeten beloven en dat was nogal onhandig gebleken. Dirk ging in zijn woede nooit blind tekeer en had deze keer dus een bewuste keuze gemaakt op welk papier hij zich zou uitleven.
Hij pakte een bezem en veegde de scherven en de resten van de versnipperde folders op. Tussen de foldersnippers zaten snippers van een ander soort papier. Iets zwaarder papier, drukwerk, dat wel, maar geen huis-aan-huisfolder. Hij ging er bij zitten en zocht de afwijkende stukken papier bij elkaar. Mat papier, van een zware kwaliteit, met een gedrukte tekst, kleine afbeelding van een bos rode anjers. ‘…..en het genoegen u mede namens wederzijdse ouders kennis te geven van h….’, ‘We zouden het op prijs stellen als u voor…’ ‘….het bruiloftsdiner in het restaurant ‘Waar tijd niet telt’, Waardsedijk 1 in Amersfoort….’ Een wat oubollige aankondiging van een huwelijk, concludeerde Dirk. Hij kon zich niet bedenken wie in zijn kring van familie, vrienden en kennissen op het punt van trouwen stonden. Ja, van kantoor ging Chris van Houwelingen trouwen, maar Dirk wist zeker dat hij van Chris geen uitnodiging voor de trouwerij zou krijgen. Die zou hem ook nooit uitnodigen voor het diner. Gelukkig maar; Chris hield er op voedselgebied rare ideeën op na en Dirk vermeed daarom op het werk het onderwerp voedsel zoveel mogelijk. Zo kon hij de zendingsdrang van Chris vermijden. Bovendien, een kaart van Chris zou zeker niet zo formeel zijn. Niet van Chris dus.
Dirk zocht verder tussen de snippers, op zoek naar een envelop of stukken daarvan, een naam, een adres, een datum…… Veel vond hij niet, kennelijk was het grootste deel in de haard terechtgekomen.
Dirk grijnsde. Eigenlijk kon hij de humor van het gebeuren wel inzien. Een huwelijk, daar begint veel ellende mee, dacht hij cynisch. Net als bij Sjoukje.
Het telefoongesprek met Sjoukje was, zoals gewoonlijk, op een fikse ruzie uitgelopen. Zijn zus maakte hen bittere verwijten over zijn gedrag, dat hij zich nooit liet zien, nooit opbelde, nooit enige belangstelling toonde voor de familie….. Alsof Sjoukje een toonbeeld van voorkomendheid was. Dat was al begonnen met haar trouwen; ze had kennelijk reden gehad hem niet uit te nodigen. Wie kan dan verwachten dat Dirk veel moeite zou doen om contact te houden?
Nee, sinds dat gebeuren was de relatie met de familie snel verslechterd. Sommige mensen vinden familie wel gemakkelijk: je hoeft elkaar een tijd lang niet te zien of te spreken, dat maakt niet uit, want familie blijf je toch. Je pakt gewoon de draad op waar je was gebleven. Voor Dirk gold het tegenovergestelde: hoe lang je elkaar niet ziet, is niet van belang; ze kunnen je altijd weer aanspreken omdat je nu eenmaal familie bent.
Vrienden zijn beter. Die kies je zelf uit en vriendschap moet je onderhouden.

2. Aanhoudende regen

‘Twee ruiten’, sprak Wim. Hij glimlachte zoals alleen Wim dat kon doen en nipte van de wijn, die hij in de tien minuten daarvoor onaangeroerd had gelaten. ‘Wat is jullie reactie daarop?’ ‘In dit geval reageer ik niet”, zei Dirk en nam een slok uit zijn glas. Het kaartspel had hem deze avond nog niet kunnen boeien. De ruzie met Sjoukje hield hem nog steeds bezig, meer dan hij zelf verwacht had. ‘Pas’. Hij keek op zijn horloge. Kwart voor negen, nog erg vroeg. ‘Vreemd’, dacht hij. Dirk keek naar buiten. De storm leek uitgeraasd, maar de regen stroomde nog steeds met bakken naar beneden.
‘Misschien kun je me nog een keer vertellen wat zo’n opening betekent’, zei Broer. ‘Wat belooft het en hoe moet ik antwoorden?’ ‘Stevige ruitenkaart en minstens acht slagen’, antwoordde Dirk. ‘Je mag niet passen. Bied twee sans bij nul tot zes punten en je eigen kleur als je meer punten hebt.’ ‘O ja. Bedankt. Twee harten’.
‘Gelukkig vraag jij het’, reageerde Charles. Ik hou moeite om het allemaal te onthouden. Ik weet niet of ik het ooit onder de knie krijg. Pas’.
Dirk liet zijn blik over zijn gasten dwarrelen. Goede vrienden, oude vrienden. Ook in Utrecht gestudeerd. Dirk kon zich niet meer precies herinneren hoe hij ze had ontmoet. Tijdens de studie, zoveel was zeker, maar wanneer precies? Zijn geheugen liet hem steeds vaker in de steek. Het was een toeval dat ze alle vier in Amersfoort kwamen te wonen. Dirk woonde daar al sinds het einde van zijn studie, toen hij hier werk kreeg. Charles en Broer waren er een paar jaar later gekomen, kort na elkaar. Allebei omdat Amersfoort lekker centraal ligt, handig voor alle dienstreizen binnen Nederland. Wim was vijftien jaar geleden in Amersfoort neergestreken, toen hij IT-manager bij de gemeente was geworden. Vrij snel nadat hij in Amersfoort was komen wonen, stelde Wim voor om een fietsgroepje te beginnen. Dat hadden ze een aantal jaar gedaan. In het begin was het een succes geweest, maar naarmate de jaren verstreken kwam er steeds meer de klad in. Uiteindelijk moesten ze erkennen dat ze gewoon niet meer zoveel zin in fietsen hadden. Sinds twee maanden kwamen ze op dinsdagavond bij elkaar voor een paar uurtjes bridge. Nou ja, bridge, het was een aardige kapstok, zoals het fietsen dat eerder was geweest. Maar aan een tafel hielden ze beter vol dan op de fiets. De gesprekken dwaalden regelmatig af van het kaartspel en dat was, wat Dirk betreft, precies de bedoeling. Het kwam regelmatig voor dat het kaartspel een half uur stil lag of dat ze, verwikkeld in een discussie, de tijd helemaal vergaten.
‘Je hebt zelf om een reactie gevraagd’, merkte Charles op. Kennelijk was het hem opgevallen dat Wim niet zichtbaar had gereageerd op het bod van Broer. ‘In onze cultuur is het gebruikelijk een eenmaal begonnen communicatie op gang te houden’.
‘Misschien moeten we een hersenscan van Wim maken’, stelde Broer voor. ‘Als je een ervaren bridger bent en die scans kunt lezen, moet je uit al die oplichtende gebieden toch een conclusie kunnen trekken. Weinig reactie in de hippocampus, geen match. Fel rood oplichtende gebieden: klein slam’. ‘Kortsluiting, groot slam’,vulde Dirk aan en grinnikte.
Wim keek op. ‘Ja, maar als mijn hersenpulsen nou eens vóór het antwoord van Willem optreden?’ ‘Ja, of binnen 200 milliseconden na het antwoord, dan kunnen ze ook geen reactie op het antwoord zijn’, ging Dirk verder. ‘De hersenen hebben ongeveer 200 milliseconden nodig voor het nemen van een beslissing, dus als de reactie sneller zichtbaar is, is de beslissing kennelijk al genomen voordat de informatie waarop de reactie is gebaseerd, is verwerkt’. ‘Jaja’, zei Charles. ‘Die kennen we. Een stokpaardje van je. Benjamin Libet, nietwaar? Uiteindelijk kom je tot de conclusie dat vrije wil niet bestaat’. ‘Dat zeg ik niet. Maar mijn conclusie zou wel zijn dat bij het bridge de vrije wil een minder belangrijke rol speelt dan altijd gedacht. Spelen op je ruggengraat. Dat zal indruk maken in de bridgewereld’. Hij grijnsde.
‘Ik stel voor dat Wim nu indruk maakt’, reageerde Broer. ‘Een bod dus. In ieder geval heb je nu al zo lang gewacht met een antwoord, dat je bij mij niet meer hoeft aan te komen met instinctief bridgen of andere hocuspocus. Of heeft jouw ruggenmerg een reactietijd van een minuut?’
‘Vanmiddag heb ik in een woedeaanval een uitnodiging voor een trouwerij verscheurd en in de open haard verbrand’, begon Dirk. ‘Nou vraag ik me af van wie de kaart was.’ ‘Tja, je moet je post ook lezen voordat je ‘m verbrandt’, zei Wim. ‘Iemand van je werk?’ ‘Niet waarschijnlijk. Ik dacht, misschien heeft een van jullie ook een kaart gehad?’ ‘Ik niet’, zei Broer. De tijd van trouwkaarten is voorbij. Wie van onze generatie nou nog trouwt maakt er geen groot werk van en mijn neven en nichten zijn nog te jong. Wel uitnodigingen voor zilveren bruiloften, tellen die ook?’ Ook de andere vrienden hadden onlangs geen uitnodigingen voor een trouwerij ontvangen.
‘Wel typisch iets voor jou om een trouwkaart te verscheuren zonder ‘m eerst te lezen’, zei Charles. Volgens mij verzet jij je instinctief tegen trouwerijen en andere formele gebeurtenissen. Misschien wil je je daar tegen verzetten? Dat heeft geen zin, jongen, die dingen gebeuren toch; je kunt de ontwikkelingen en de tijd niet stilzetten’.
De zware regen had plaats gemaakt voor een zacht winterbuitje. Aan de struiken in de tuin was te zien dat ook de wind inmiddels in kracht was afgenomen. Dirk keek nogmaals op zijn horloge. Hij had de indruk dat ze al enkele uren aan het spelen waren, maar zijn horloge gaf nog steeds kwart voor negen aan. Broer zag Dirk bezig met zijn horloge en vroeg wat er aan scheelde. ‘Charles praat over de tijd stilzetten en nu staat mijn horloge stil. Ik denk dat-ie kapot is’, zei Dirk. ‘Wel pijnlijk, het is een erfstuk’. ‘Laat eens zien, mooi oud ding. Je hebt de wijzers toch niet achteruitgedraaid, mag ik hopen? Daar kan zo’n mechaniek namelijk niet tegen. Je draait het dan helemaal tot gort’. ‘Nee, dat doe ik niet, daar heeft mijn vader wel voor gewaarschuwd’, antwoordde Dirk. Hij nam nog maar een slok bier en speelde zwijgend verder.
`Ik weet niet hoe laat het is, maar het lijkt mij tijd om op te stappen’, zei Broer. ‘Morgen weer vroeg op, ik heb nog een boel te doen’. ‘Ik dacht dat de druk er wel van af zou zijn, zo met je pensioen in aantocht’, zei Charles. ‘Ja, maar het op orde brengen van de dossiers kost toch meer tijd dan gedacht, daar ben ik nog wel even mee bezig’. ‘Goed, dan zien we elkaar volgende week dinsdag weer. Ik stuur nog wel een bericht als bevestiging. Als iemand niet kan, kunnen we weer even kijken of een andere dag beter uitkomt’.

Dirk liet de gasten uit. Ook de wind was verder afgenomen. Bij de voordeur had zich een grote plas gevormd, die het de gasten moeilijk maakte om de schoenen droog te houden bij het naar buiten gaan. Druppels motregen vielen zacht in de plas. “Dat zakt nog wel weg’, dacht Dirk.
Na het afscheid van zijn vrienden liep Dirk zijn huis weer in. `Benjamin Libet’, peinsde hij. Hij meende zich te herinneren dat het artikel over de voorbereidingstijd voor een bewuste actie en het moment van het nemen van een beslissing in Consciousness and Cognition had gestaan, een blad waar hij in zijn studententijd een proefabonnement op had gehad. Die bladen moesten nog ergens in een doos zitten. Dat artikel moest toch wel zo’n vijfentwintig of dertig jaar oud zijn. Dirk liep de trap naar de kelder af. In de hoek stonden vier dozen met oude boeken en tijdschriften. ‘Ik had dat roefabonnement in een van de laatste jaren van mijn studie, dus het moet van vóór 1986 zijn’, dacht hij. Hij trok de doos “studieboeken” naar zich toe. Een penetrante geur steeg op. De zijkant van de doos was doorweekt. Twee weken geleden had hij Styx in de kelder aangetroffen. Waarschijnlijk door het raam naar binnen gekomen, dat vervolgens was dichtgeslagen. De kat maakte geen aanstalten het huis weer te verlaten, geen halsband, geen tatoeage in het oor: sindsdien had Dirk dus opeens een huisdier. Kennelijk had het beest precies deze doos uitgezocht om haar nood te lenigen. ‘Wel een fraai welkomstcadeau, een stinkend straaltje in een donkere kelder’, had Dirk gedacht. Daarom had hij de kat maar Styx genoemd.

Hij zette een raam open en pakte de doos uit. Na geruime tijd zoeken zond hij het gezochte artikel. Het stond niet in Consciousness and Cognition maar in Brain, verkeerd onthouden dus. Dat was zo’n typische associatie-vergissing, de titel van het artikel luidde “Time of conscious intention to act in relation to onset of cerebral activity (readiness-potential): the unconscious initiation of a freely voluntary act”. Uit 1983. Dirk kon zich nog herinneren dat er een academische polemiek was uitgebroken over de vraag of de vrije wil wel bestond. Wat een onzin. Hij had nooit goed begrepen waarom mensen de afwezigheid van een vrije wil uit dit artikel meenden te kunnen afleiden.
Dirk bladerde het tijdschrift door. Lijvig artikel, twintig pagina’s. Hij herinnerde zich nog hoe hij het artikel zelf tijdens studium generale als discussiestof had aangedragen. Merkwaardig genoeg had hij met zijn opvatting dat de vrije wil toch echt nog bestond, vooral bij streng gelovige studenten veel bijval gevonden. Eigenlijk had hij gedacht dat predestinatie het bestaan van een vrije wil onmogelijk maakte, maar dat bleek toch niet het geval te zijn. Kennelijk kon je, hoewel alles was voorbestemd, toch denken en doen wat je zelf wilde. Dirk had dat idee nogal angstaanjagend gevonden.
In het tijdschrift, direct achter het artikel van Libet, zat een envelop gestoken. “Dirk De Kooning, Wolgras 20, Amersfoort”.
Merkwaardig, dacht Dirk. Ik ben verhuisd in juli 2007 en woon hier nu dus zeven jaar. Deze dozen zijn bij de verhuizing toch gewoon ongeopend van zolder naar zolder gegaan? Of zou iemand deze brief bij de verhuizing hebben gevonden en in deze doos hebben gedaan? Maar waarom dan? En wie? Hij had het zelf niet gedaan; de verhuizers dan misschien? Of zijn vrienden? En wie schrijft het woord De in “Dirk de Kooning” met een hoofdletter D?
Hij scheurde de envelop open en las:

Dear Dirk,

Thank you very much for the offer you voluntarily made. I’m confident you have the conscious intention to give my beloved cat a new home. I would have loved to take Styx with me, but the quarantine requirements make this practically impossible without doing her harm. If you have any questions left about taking care of Styx, please contact Broer Van Someren. He was so kind to host her during my time in hospital. He surely knows how to handle this pussy…..
Speaking of handling: if you are in need of a “reismand” for Styx: I happened to find a personal advertisement card on the bulletin board of the local supermarkt offering one. Please find the card inserted.
Kind regards, Benjamin Libet
P.S.: Due to time restrictions I’m not able to drop by; I have to attend a wedding party at the restaurant ‘Waar tijd niet telt’….’. For me, time really is of the essence, so I won’t stop by and I’ll give this letter to my neighbour Wim Geest, who had to go your way anyhow. Take care!

Dirk stond als aan de grond genageld. Een briefje van Benjamin Libet, die hij helemaal niet persoonlijk kent? Een kat met de naam Styx? Een verwijzing naar Broer? Wim, die dit bericht hiernaartoe zou hebben gebracht? Een trouwpartij in restaurant ‘Waar tijd niet telt’? Hij bekeek het ingesloten supermarktkaartje: `Aangeboden: kattenreismand, € 5, gratis weg mag ook. C.Q. van Limburg, tel. 06-55518402. ‘Typisch Charles….’, mompelde hij. Het sloeg allemaal nergens op.

Hij bestudeerde de brief en de envelop, op zoek naar gegevens over de afzender. Geen datum, geen afzendadres. Maar Libet… Welke rol speelde deze man? Hoe kon hij zijn drie vrienden kennen, hoe kon hij de naam van zijn kat kennen, die hij pas twee weken had? Wat voor man was dat eigenlijk?
Dirk liep de trap op en ging achter zijn computer zitten. Al snel had hij een website gevonden die aan Libet was gewijd. Hij bleek op 91-jarige leeftijd te zijn overleden, op 23 juli 2007, de dag van zijn verhuizing…..

3. Briesje

Met zijn hoofd vol vragen liep Dirk de voortuin in. Inmiddels was de regen opgehouden; de wind was bijna gaan liggen.
`Hé Dirk! Luchtje aan het scheppen?’ Dirk keek op en zag zijn collega Cor Hulsdonk op de fiets voorbijkomen. Cor stopte en stapte af. ‘Ik ga naar de trouwfeest van Chris. Ga jij niet?’ Omdat Dirk niet wilde toegeven dat hij geen uitnodiging had ontvangen, wilde hij zeggen dat hij geen tijd had, toen hij zich de onbekende uitnodiging herinnerde. `Trouwt Chris vandaag? Waar is de receptie?’
‘In dat restaurant aan de Waardsedijk, hoe heet het, “Iedere minuut telt” of zo…’. Dirks hoofd begon te tollen. Dit was de derde keer dat de naam van dat restaurant viel. Of was hij uitgenodigd voor de trouwerij van Chris? ‘Je bedoelt “Waar tijd niet telt”, reageerde Dirk. ‘Ja, ik wilde net gaan. Wacht je even, dan pak ik mijn fiets en rijden we er samen heen.’
De weg naar de Waardsedijk was langer dan Dirk zich herinnerde. Het asfalt op de Waardselaan vertoonde scheuren van te zwaar bouwverkeer, dat ondanks het inrijverbod blijkbaar regelmatig van de weg gebruik maakte. In gedachten reed hij met zijn voorwiel bijna in een van de scheuren. Bij zijn bplotselingen beweging om een valpartij te voorkomen, reed hij Cor bijna in de wielen. Hier bedacht Dirk dat hij zich toch in Chris had vergist. Kennelijk was die toch wat formeler dan Dirk zich had voorgesteld. Hij slikte; hij had geen cadeau bij zich. Met wie Chris trouwde wist hij ook al niet. Meer onvoorbereid kon je niet op een feest verschijnen, dacht hij. Toen het restaurant in zicht kwam, zag Dirk opeens een snipper van de trouwkaart voor zich: ‘….het bruiloftsdiner in het restaurant….’. Kennelijk was hij uitgenodigd geweest voor het diner. Eigenlijk leek hem dat onwaarschijnlijk. Cor was niet uitgenodigd voor het diner, want dat was natuurlijk al om zes of zeven uur begonnen en het was nu al ruim na tien uur. En Cor ging veel meer om met Chris dan hij, ergens klopte iets niet……
Losjes vroeg Dirk: ‘Was het huwelijksdiner ook in dit restaurant?’ ‘Dat weet ik niet, volgens mij is niemand van het werk voor het bruiloftsdiner uitgenodigd, ze wilden het besloten houden.’ Dirk vroeg zich af waarom hij dan wel voor het diner was uitgenodigd. Hoe dan ook: hoe legde hij Chris straks uit dat hij niet had gereageerd op de uitnodiging en ook niet was komen opdagen?
Terwijl Dirk nog liep te denken hoe hij zich uit deze situatie kon redden, liepen Cor en hij het restaurant binnen. Voor een restaurant waar tijd kennelijk geen rol speelde, was er wel erg veel ruimte gereserveerd voor allerlei klokken en andere voorwerpen die samenhingen met tijd. Alle klokken gaven dezelfde tijd aan: twaalf uur. Elektronische klokken gaven allemaal 0.00 aan, op één klok na: een exemplaar met een tijdsaanduiding in tienden van seconden gaf 23.59.59,8 aan. Tussen de staartklokken, pendules en stationsklokken zag Dirk diverse wekkers staan en hangen. Een van die wekkers herkende hij; die was exact hetzelfde als de wekker die hij in zijn studententijd en nog lang daarna had gehad. Het was een ouderwetse wekker van goedkoop bruin plastic, oversized, met twee grote bellen bovenop. Dirk herinnerde zich de talloze keren dat hij door het veel te luide alarm van de wekker uit zijn bed was geschreeuwd, de wekker had afgezet en zich vervolgens alsnog had verslapen. Uiteindelijk had hij de wekker vervangen door een elektronisch geval met sluimerstand.
Het bruidspaar stonden bij de bar, naast een manshoge zandloper, bruid en bruidegom identiek gekleed in een bont geheel van gekleurde lappen, iets wat het midden hield tussen een broek en een rok en met een riem bij elkaar werden gehouden. Chris was druk verwikkeld in een discussie met een man in een blauw-witte broek en een wit jasje; Dirk nam aan dat het de kok van het restaurant was. Dirk kende de gedrevenheid van Chris als het om voedsel ging en het leek hem dan ook beter de bruid en bruidegom nog niet tegemoet te treden. Dat plan ging niet op; Cor trok hem mee en als een willoos slachtoffer werd voor het huwelijkse gerecht gesleept.
‘Dirk, wat leuk dat jij er ook bent! Dat had ik eerlijk gezegd niet verwacht, zoveel contact hebben we op het werk niet. Lekker geest hè, beetje swingen, niks moet, alles kan. Ontzettend leuk dat je gekomen bent. Je eigen idee? Of heeft Cor je meegenomen? Jullie zijn toch niet……? Nee, dat kan niet, want Cor is vegetariër, toch? Of eet jij ook geen vlees? Maar ik heb je nog niet voorgesteld aan Marijn…. Marijn, dit is mijn collega Dirk de Kooning…….’ Het gesprek met Chris was tamelijk eenzijdig. Dirk hoefde alleen maar hier en daar ja of nee te zeggen en hij kreeg de indruk dat zelfs dat niet echt nodig was. Chris ratelde maar door; niets wees erop dat de bruid en de bruidegom er problemen mee hadden dat Dirk zich niet voor het diner had afgemeld en nu toch gewoon op het feest verscheen. Als hij Chris zo hoorde en het kakelbonte bruidspaar en hun flowerpowerfeest zag, kon hij zich niet voorstellen dat zij zo’n formele uitnodiging hadden verstuurd.
Tijdens de monoloog van Chris dwaalden Dirks ogen af langs de vele uurwerken die aan de muur hingen en her en der op de grond of op verhogingen stonden. Hoe langer hij naar de klokken keek, hoe meer hij de indruk kreeg dat hij ze allemaal al een keer had gezien. Hier en daar kon hij een klok ook werkelijk thuisbrengen: de kleine roze klok met de hondjes die Sjoukje op haar kinderkamer had gehad en waar hij zelf nog een bal tegenaan gegooid had waardoor de klok kapot was gevallen, de Friese staartklok van zijn grootouders, een stationsklok die wel erg leek op die van station Leerdam, de rode vierkante Hemaklok met een blauwe en gele wijzer, die in de keuken van zijn studentenflat had gehangen……
`Je zus Sjoukje is er ook, wist je dat?’ Dirk schrok op uit zijn mijmeringen over klokken en keek Chris verbaasd aan. `Ja, kouwe kant, hè. Haar man is een broer van Marijn, dus Sjoukje is nu mijn schoonzus. Eigenlijk zijn wij nu ook familie, Dirk.’
Na de ontmoeting met het bruidspaar stond Dirk nog even na te hijgen van alle woorden die Chris over hem had uitgestort. Familie van Chris…… Dirk vond dat hij al voldoende problemen met zijn echte familie had. Extra familie, familie die maar bleef doorratelen over van alles en nog wat en over voedsel in het bijzonder, daar had hij geen enkele behoefte aan.
‘Dirk, jij ook hier?’ De onvermijdelijke ontmoeting met Sjoukje was een feit. Gelukkig was het een familietrekje om na een ruzie de strijdbijl te begraven, zodat een volgende ontmoeting steeds weer vriendelijk begon. `Totdat de strijdbijl weer wordt opgegraven’, dacht Dirk.
`Ja, collega van Chris. En Sjoerd is een broer van Marijn, begrijp ik’.
‘Ik bedoel er niks vervelends mee, hoor. Maar nu we hier zo met z’n tweeën staan, bijna 25 jaar na mijn huwelijk, vind ik het toch zo jammer dat jij er niet bij was….’. `Maar als dat zo is, waarom heb je me dan niet uitgenodigd?’, vroeg Dirk. “Niet uitgenodigd? Ik heb zelf de kaart nog bij je in de bus gedaan. Ik herinner me het als de dag van gisteren. Er stond een jongen bij de deur die folders in de brievenbus deed. Ik dacht nog: als Dirk mijn kaart maar tussen die folders vindt. Heb je de kaart dan helemaal niet gezien? Het was zo’n mooie kaart, handgeschept papier, mooie rode anjertjes erop. Met onze ouders en die van Sjoerd die het huwelijk aankondigden, ja, zo ging dat toen.’
‘Nee, die kaart heb ik niet gezien…. Toen niet…… Als ik die kaart had gehad, was ik zeker op je feest gekomen, daar had ik geen seconde over hoeven nadenken….’.
Op dat moment begonnen alle klokken in het restaurant te slaan, wekkers liepen af en het zand in de verstilde zandlopers begon te vallen. In het restaurant, waar tijd nooit telde, was de tijd plotseling 200 milliseconde vooruit gegaan. Meer tijd had Dirk niet voor zijn beslissing nodig gehad.
Dirk liep naar buiten, weg van het klokkengeweld. In de vensterbank van een van de ramen zag hij een vlinder zitten. De vlinder klapperde eenmaal met haar vleugels.
De wind ging liggen.


Facebook

Cursussen & Trainingen

Babel verzorgt taalcursussen voor 13 talen en communicatietrainingen. Bekijk de:

Locatie

De trainingen van Babel vinden plaats op de Nieuwegracht en het University College Utrecht. Er is gratis parkeergelegenheid op deze locaties.

Nieuwsbrief

Mis niets meer en schrijf je in op onze nieuwsbrief!